STAP 1: Aansluiten bij een externe dienst

Een interne preventieadviseur aanstellen 

Om het minimale opleidingsniveau te kennen waaraan een interne preventieadviseur moet voldoen, moeten we eerst bepalen tot welke groep uw autocar- of autobusbedrijf behoort.

Om de groep (A, B, C of D) te bepalen wordt met twee criteria rekening gehouden:

  • Het aantal werknemers;
  • Het risico dat gepaard gaat met de activiteiten van het bedrijf: hoe hoger het risico, hoe sneller het bedrijf in een hogere klasse terecht komt

Transportbedrijven (NACE-code beginnend met 49, 50, 51, 52 et 53, dus ook autobus- en autocarbedrijven) worden beschouwd als bedrijven onderhevig aan ernstige risico's.

Volgende indeling is dan ook van toepassing: 

Groupe

Nombre de travailleurs

Conseiller en prévention interne

Niveau minimal de formation

A

À partir de 200

Membre du personnel

Niveau 1

B

50 – 199

Membre du personnel

Niveau 2

C

20 – 49

Membre du personnel

Connaissances de base

D

1-19

Employeur ou membre du personnel

Connaissances de base

Belangrijk is ook dat er een sub-categorie C+ C- bestaat.

Indien uw onderneming tot de groep C behoort moet uw interne preventieadviseur slechts een basiskennis kunnen bewijzen. Echter, in bepaalde bedrijven van de groep C heeft de interne preventieadviseur een hoger opleidingsniveau behaald (I of II). We spreken dan van twee soorten bedrijven:

  • Bedrijven van de groep C+: het bedrijf behoort tot de groep C en de preventieadviseur heeft een opleidingsniveau I of II
  • Bedrijven van de groep C-: het bedrijf behoort tot de groep C en de preventieadviseur heeft een basiskennis

Aansluiten bij een EDPB

Vanaf het moment dat u personeel in dienst neemt, bent u verplicht om uw autobus- of autocarbedrijf aan te sluiten bij een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk (EDPB). Een lijst van alle bestaande externe diensten met wat meer uitleg vindt u hier:

Bij uw aansluiting ontvangt u normaal gezien volgende documenten:

  • De aansluitingsovereenkomst: dit is het contract met de externe dienst.
  • Het identificatiedocument: beschrijft de taakverdeling tussen u en de externe dienst.

Beide documenten moeten ten aller tijde aanwezig zijn in het bedrijf en voorgelegd kunnen worden. 

Taakverdeling

Hoe de taakverdeling tussen de externe dienst en het bedrijf precies verloopt zal verschillend zijn van situatie tot situatie. De wetgever heeft wel een aantal richtlijnen vastgelegd, met name: 

Taken van de werkgever:

  • bezorgt op vraag van de externe dienst alle nuttige informatie zoals bijvoorbeeld de personeelslijst met de namen en functieomschrijving van de medewerkers, het aantal locaties of afdelingen,...
  • werkt in het kader van de risicoanalyse samen met de preventieadviseur van de externe dienst door hem te vergezellen bij zijn bezoeken aan de arbeidsplaats en hem bij te staan bij het onderzoeken van de oorzaken van arbeidsongevallen, beroepsziekten en bij het opstellen van inventarissen van vb. chemische producten;
  • werkt samen met de externe dienst bij de implementatie van preventiemaatregelen, bij de uitwerking van noodprocedures en bij de organisatie van EHBO en dringende verzorging.

Taken van de externe dienst:

  • plant en voert alle medische onderzoeken uit;
  • beantwoordt vragen van psychosociale aard zoals vragen over ongewenst overschrijdend gedrag, alcohol en middelengebruik, ziekteverzuim, ...de vragen kunnen zowel door de medewerkers als door de werkgever zelf worden gesteld.
  • contacteert de werkgever om het verplichte jaarlijks bedrijfsbezoek in te plannen
  • helpt de werkgever bij de risico-inventarisatie en - evaluatie om de belangrijkste aandachtspunten, werkpunten in kaart te brengen.
  • ...

Indien uw externe dienst de hier vernoemde taken niet of onvoldoende opneemt dient u hen daarop te wijzen. De werkgever blijft namelijk de eindverantwoordelijke voor het gevoerde welzijnsbeleid. De externe dienst moet echter wel kunnen aantonen dat ze de werkgever daarvoor de nodige ondersteuning heeft gegeven.

Tarifering

Bekijk de tarieven.