Loonstelsel geregeld vervoer

Geregeld en bijzonder geregeld vervoer > Loonstelsel geregeld vervoer

Regionalisering

Na de regionalisering van het openbaar stads- en streekvervoer werd ook in het subcomité geregeld vervoer van het Nationaal Paritair Comité voor het Vervoer in 1991 voor het eerst een CAO afgesloten met betrekking tot de sociale programmatie 1991 waarbij voor sommige loonelementen een onderscheid wordt gemaakt tussen het Nederlandstalige en Franstalige landsgedeelte.

Hierna zal voor deze loonelementen steeds de regeling worden vermeld die van toepassing is op de verhuurders die voor rekening van de Vlaamse Vervoermaatschappij werken evenals op de verhuurders die rijden in opdracht van OTW. 

Uurloon

Het uurloon van het rijdend personeel wordt bepaald in functie van hun anciënniteit. De lonen zijn gebonden aan de evolutie van de gezondheidsindex. Bij overschrijding van de spilindex door het gemiddelde indexcijfer over de voorbije vier maanden worden de lonen met 2% verhoogd vanaf de tweede daaropvolgende maand.

Sedert 1 januari 1991 is het uurloon voor het rijdend personeel in het geregeld vervoer verschillend in Vlaanderen en in Wallonië.

Hierna vindt u de loonschalen van toepassing op het rijdend personeel van de verhuurders van de VVM en de OTW.


Loonschaal verhuurders Vlaamse vervoermaatschappij (VVM)

De afgevlakte gezondheidsindex (107,25) bereikte de spilindex in februari 2020. Bijgevolg worden de lonen op 01/04/20 met 2% verhoogd. De nieuwe spilindex bedraagt 109,34.

Hieronder vindt u de nieuwe uurlonen:

Anciënniteit O.M.C. Zondagwerk (= basisloon + 100% toeslag)

Nachtwerk

1,56€/u

(20u - 6u)

0 15,6487 31,2974 17,2087
0,5 15,7449 31,4898 17,3049
1 15,8796 31,7592 17,4396
2 16,0371 32,0744 17,5972
3 16,1724 32,3448 17,7324
4 16,3302 32,6604 17,8902
5 16,4308 32,8616 17,9908
6 16,6631 33,3262 18,2231
8 16,8950 33,7900 18,4550
10 17,1359 34,2718 18,6959
12 17,2685 34,5370 18,8285
14 17,4008 34,8016 18,9608
16 17,6831 35,3662 19,2431
18 17,8193 35,6386 19,3793
20 18,0589 36,1178 19,6189
22 18,1957 36,3914 19,7557
24 18,3315 36,6630 19,8915
25 18,4333 36,8666 19,9933
26 18,5697 37,1394 20,1297
28 18,7056 37,4112 20,2656
29 18,8422 37,6844 20,4022
31 18,9101 37,8202 20,4701
32 18,9101 37,8202 20,4701

Opgelet! Het einde van de geldelijke loopbaan wordt vanaf 1 januari 2014 verlengd met de toekenning van een halve biënnale na twee jaar[3].

Loonschaal verhuurders OTW

De afgevlakte gezondheidsindex (107,25) bereikte de spilindex in februari 2020. Bijgevolg worden de lonen op 01/04/20 met 2% verhoogd. De nieuwe spilindex bedraagt 109,34.

Hieronder vindt u de nieuwe uurlonen:

Anciënniteit OMC Zondagwerk (= basisloon + 100% toeslag)

Nachtwerk

1,56€/u

(20u - 6u)

0 14,5550 29,1100 16,1150
0,5 14,6454 29,2908 16,2054
1 14,7357 29,4714 16,2954
2 14,8261 29,6522 16,3861
3 14,9166 29,8332 16,4766
4 15,3827 30,7654 16,9427
6 15,5069 31,0138 17,0669
8 15,6313 31,2626 17,1913
10 16,1473 32,2946 17,7073
12 16,2754 32,5508 17,8354
14 16,4037 32,8074 17,9637
16 16,5317 33,0634 18,0917
17 16,9450 33,8900 18,5050
18 17,0773 34,1546 18,6373
20 17,2094 34,4188 18,7694
22 17,3415 34,6830 18,9015
24 17,4733 34,9466 19,0333
26 17,6056 35,2112 19,1656
28 17,7377 35,4754 19,2977
29 17,8698 35,7396 19,4298
30 18,0020 36,0040 19,5620
31 18,1342 36,2684 19,6942

Overuren

We herhalen hier nog even de grenzen die in acht moeten genomen worden:

  • 10 u/dag
  • 50 u/week
  • gemiddeld 38 u berekend over 13 weken, 37 u voor de contracten gegund door de VVM.

De overuren worden berekend op basis van de arbeidstijd en niet op basis van de diensttijd of amplitude. Dit betekent dat alleen de rijtijd en de andere activiteiten in aanmerking worden genomen. De overuren worden als volgt vergoed:

  • toeslag van 50% van het uurloon[5]
  • toeslag van 100% van het uurloon voor overuren op zon- en feestdagen[6]
  • bij de prestatie van overuren wordt de toeslag van 50% of 100% onmiddellijk vergoed.[7] Het basisloon wordt betaald op het ogenblik van de recuperatie achteraf.

Onvoorziene prestaties

De onvoorziene prestaties worden vergoed met een toeslag van 25% van het uurloon.[8]

Nachtarbeid

Alle prestaties tussen 20u en 6u worden beschouwd als nachtarbeid.[9] Deze prestaties worden vergoed met een bijkomende forfaitaire premie van 1,56 €/u die eveneens indexgebonden is.

Zaterdagarbeid

Voor het rijdend personeel van VVM-verhuurders worden de lonen vanaf 1 januari 2012 bij prestaties op zaterdag met 22,5% verhoogd. Vanaf 1 juli 2012 worden ze verhoogd met 25%.[10]

Voor het rijdend personeel van OTW-verhuurders worden de lonen bij prestaties op zaterdag met 10% verhoogd.[11]

Zondagarbeid

Bij arbeid op zon- en feestdagen worden de lonen met 100% verhoogd. Vanaf 1 november 1991 werd de stationnementspremie op zon- en feestdagen eveneens vermeerderd met 100% toeslag voor werk op zon- en feestdagen.[12]

Stationnementspremie

Stationnementstijden worden niet beschouwd als arbeidstijd en komen niet in aanmerking voor de bepaling van de arbeidstijd en de overuren.

De stationnementen worden betaald onder de vorm van een premie, gelijk aan het loon voor een duur van 30 minuten werktijd, verhoogd met de helft van de overige tijd.[13] Per stationnement worden 15 minuten beschouwd als werktijd.[14]

Onderbreking

De onderbreking wordt niet beschouwd als arbeidstijd. De vergoeding wordt als volgt berekend:

  • de eerste onderbreking van de dag wordt slechts vergoed op voorwaarde dat ze maximum één uur duurt. In dat geval wordt een premie betaald gelijk aan het loon betaald voor de duur van de onderbreking.
  • wanneer deze eerste onderbreking van de dag langer duurt dan één uur, is de regeling als volgt :

a. VVM-verhuurders: premie van 3,07 EUR (vanaf 1 april 2020)[15]

b. OTW-verhuurders: geen vergoeding[16]

  • vanaf de tweede onderbreking wordt een premie betaald gelijk aan het loon voor de duur van de onderbreking met een maximum van 60'.[17]

Maandtoelage

Deze maandelijkse premie is gebonden aan de gezondheidsindex.

Ze bedraagt:

  • OTW: 106,56 €
  • VVM[18]: 150,80 €

De werknemers die in de betrokken maand minstens tien effectieve werkdagen werken, hebben recht op de totaliteit van de maandelijkse premie. De vakantiedagen worden gelijkgeschakeld met effectieve arbeidsprestaties. De personeelsleden die tijdens de betrokken maand hun ontslag hebben gegeven of omwille van dringende redenen werden ontslagen, verliezen het recht op de maandtoelage voor de maand in kwestie.

ARAB-Vergoeding

De ARAB-vergoeding komt voort uit de bepalingen van het Algemeen Reglement voor bescherming op het werk. Gezien het mobiele karakter van het beroep van chauffeur, waardoor transportbedrijven een aantal sanitaire voorzieningen (kantines, toiletten, drankjes, etc.) niet kunnen aanbieden, is het voor de chauffeur noodzakelijk om gebruik te maken van bestaande particuliere voorzieningen. De ARAB-goeding werd in het leven geroepen als een forfaitaire bijdrage in de kosten die de werknemers in deze context maken. Bijgevolg is deze vergoeding vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen en roerende voorheffing.

Dit is de regeling die van toepassing is op chauffeurs die vóór 1 juli 2008 zijn aangenomen:

  • VVM: een vergoeding van 173,48 €/kwartaal sinds 1 januari 2003.
  • OTW: een vergoeding van 273,18 € per kwartaal sinds 1 oktober 1992 en een vergoeding van 2,75 € per gewerkte dag (deze aanvulling op de kwartaaluitkering van de ARAB-vergoeding wordt maandelijks betaald) vanaf 1 maart 2016.

Voor chauffeurs die vanaf 1 juli 2008 worden aangeworven, neemt de ARAB-vergoeding de vorm aan van een maandelijkse vergoeding in plaats van een kwartaalvergoeding:

  • 57,83 €/maand voor VVM-verhuurbedrijven
  • 91,06€/maand voor OTW-verhuurbedrijven

Chauffeurs hebben recht op deze maandelijkse vergoeding op voorwaarde dat zij

  • in de betrokken maand gedurende ten minste tien dagen daadwerkelijk gewerkt hebben;
  • dat ze het bedrijf niet op eigen initiatief hebben verlaten.

De ARAB-vergoeding wordt uitbetaald, hetzij uiterlijk samen met de bezoldiging voor de maand waarop de vergoeding betrekking heeft, hetzij aan het einde van elk kwartaal.

Eindejaarspremie

De eindejaarspremie 2019 bedraagt 2.859,17€ voor het rijdend personeel dat werkt in opdracht van de Vlaamse Vervoermaatschappij en 2.619,29€ voor het rijdend personeel dat werkt in opdracht van de OTW (Opérateur de Transport en Wallonie). Dit bedrag wordt verminderd met het voorschot van 74,39€ (onder voorbehoud van wijzigingen) dat gestort wordt door het Sociaal Fonds op het bankrekeningnummer van het personeelslid.

Betalingsdatum van het voorschot: half december. 

Beschrijving Rijdend personeel van de ondernemingen van geregeld vervoer
Referentieperiode Kalenderjaar
Betalingsdatum Voor 31 december van dat jaar
Anciënniteit chauffeur
Gelijkgestelde perioden
  • Wettelijke vakantie dagen
Naar rato eindejaarspremie

In de onderstaande gevallen telt een effectieve arbeidsprestatie van ten minste 10 dagen voor een volledige maand: 

  • Gepensioneerd of werkloos met bedrijfstoeslag in de referentieperiode
  • Indiensttreding
  • Ziekte of arbeidsongeschikt door een arbeidsongeval
  • Ontslag (behalve om dringende reden)

Deeltijds werk: naar rato van de wekelijkse arbeidsduur

Verlies van recht
  • Opzegging door de werknemer in de referentieperiode en niet meer in dienst op 31 december van dat jaar
  • Ontslag voor dringende reden

Vrijverkeerkaarten

Vanaf 1 maart 1992 genieten alle personeelsleden en hun rechthebbenden (gezinsleden) van de VVM- en OTW-verhuurders van een gratis vrijverkeerkaart op de netten van VVM en OTW. Ook de gepensioneerde personeelsleden hebben recht op dergelijke vrijverkeerkaarten. Voor hen die met pensioen gingen vanaf 1 januari 1993, valt de kost van de kaart ten laste van de laatste werkgever. Voor hen die met pensioen gingen vóór 31 december 1992 en een anciënniteit van 10 jaar in de sector hebben, wordt de kost van de kaart (74,37€) ten laste genomen door het Sociaal Fonds van de sector.[24] 

 De langstlevende partner van een overleden titularis heeft ook recht op de vrijverkeerkaart, wanneer zij op het moment van het overlijden minimum één jaar gehuwd waren of samenwoonden. De echtgeno(o)t(e) of de partner van de titularis verliest het recht op de kaart, wanneer hij/zij hertrouwt. De kinderen die een kaart hebben op het moment van overlijden van de titularis, houden hun kaart zolang zij recht geven op kinderbijslag. De kaart is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar. In geval van fraude wordt zij onmiddellijk ingetrokken.

Anciënniteitsverlof

Met ingang van 1 januari 2014 wordt een dag anciënniteitsverlof ingevoerd voor alle leden van het rijdend personeel met minstens vier jaar anciënniteit (VVM) of vijf jaar anciënniteit (OTW). Vanaf 2016 wordt een extra dag anciënniteitsverlof toegekend aan het rijdend personeel van de OTW. De toekenning ervan gebeurt op basis van de dienstanciënniteit verworven op 1 juli van het toekenningsjaar. Bij deeltijdse tewerkstelling wordt het anciënniteitsverlof geproratiseerd in functie van het arbeidsregime[30].

Specifiek VVM

Niet recurrente bonus 2014 (VVM)

Er wordt een sectorale CAO afgesloten tot invoering van een niet-recurrente bonus ter waarde van 140 euro bruto. Bij deeltijdse tewerkstelling wordt dit bedrag geproratiseerd in functie van het arbeidsregime. De te realiseren doelstelling wordt bij sectorale CAO bepaald. De bonus wordt uitgekeerd in augustus 2014[28].

Feestdag Vlaamse Gemeenschap (VVM)

Vanaf 1992 wordt ter gelegenheid van deze feestdag (11 juli) een verlofdag toegekend die in overleg tussen werkgever en werknemer moet worden genomen en vergoed wordt op basis van het systeem van klein verlet.[29]

Maaltijdcheques (VVM)

Er worden aan het rijdend personeel van de VVM-exploitanten maaltijdcheques toegekend. De waarde van de cheque bedraagt 4,72 euro. De werkgeversbijdrage bedraagt 3,63 euro per cheque. De werknemersbijdrage bedraagt 1,09 euro per cheque. Met ingang van 1 januari 2016 werd de werkgeversbijdrage met 1 euro/cheque verhoogd.[31]

Geschenkcheques VVM[32]

Chauffeurs van de VVM-exploitanten jaarlijks op 1 januari een geschenkencheque ter waarde van € 35 ontvangen. De waarde van deze cheque wordt geprorateerd op basis van het globaal tewerkstellingspercentage over het voorbije jaar. Er wordt bijgevolg enkel geprorateerd op basis van het statuut voltijds - deeltijds en niet op basis van de afwezigheden tijdens het voorbije jaar, bv. omwille van ziekte. Bij indiensttreding in de loop van het voorbije jaar wordt er op dezelfde manier geprorateerd. De chauffeur moet in dienst zijn op 01/01/19 en de verdeling van de cheques gebeurt eind januari.

Ecocheques (VVM-2019)

Aan de chauffeurs worden éénmalig ecocheques toegekend ter waarde van € 210.

Voor deeltijdsen wordt dit bedrag geproratiseerd in functie van hun arbeidsregime.

De referteperiode waarover de toekenning wordt berekend, loopt van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019.

De ecocheques worden toegekend volgens de volgende modaliteiten:

1) de chauffeurs die het volledige jaar 2019 hebben gewerkt, ontvangen het totale bedrag van de ecocheques, in voorkomend geval geproratiseerd op basis van het arbeidsregime;

2) de chauffeurs die in de loop van 2019 :

  • toegetreden zijn tot SWT of met pensioen zijn gegaan;
  • in dienst zijn getreden;
  • ziek zijn geweest;
  • arbeidsongeschikt zijn geweest t.g.v. een arbeidsongeval;
  • werden ontslagen om een andere dan dringende reden

bekomen deze ecocheques berekend prorata van de maanden arbeidsprestatie. Een effectieve arbeidsprestatie van ten minste 10 dagen telt voor een volledige maand tewerkstelling. De vakantiedagen worden gelijkgesteld met dagen arbeidsprestaties.

3) de chauffeurs die in 2019 hun opzegging hebben betekend en niet meer in dienst zijn op 31/12/19 of werden ontslagen om dringende reden, verliezen het recht op de ecocheques.

De ecocheques worden uiterlijk op 31/12/19 toegekend. 

Specifiek OTW

Hitte-uren (OTW)

Bij overschrijding van 27°C onder thermometerhut bij het KMI te Ukkel wordt een premie toegekend gelijk aan één uur loon vanaf een minimumprestatie van 4u.[25]

Anciënniteitspremie (OTW)

Vanaf 1 januari 2012 geldt voor de leden van het rijdend personeel[27]:

Dienstanciënniteit in de sector

25 jaar

35 jaar

Anciënniteitspremie

200 €

375€

Aanmoedigingspremie - Niet-recurrente bonus (OTW)

De aanmoedigingspremie is een niet-recurrente bonus die wordt toegekend wanneer de inkomsten van de OTW-TEC-groep sneller stijgen dan de loonkosten. De OTW-TEC groep betaalt de premie aan haar eigen personeel. Het personeel van de privé-exploitanten krijgen dezelfde premie toegekend door hun eigen werkgever.

Omdat in 2018 de inkomsten van OTW-TEC sneller stegen dan de loonkosten wordt de premie in 2019 toegekend. Het bedrag voor 2019 bedraagt 129,12 EUR bruto. De werkgever betaalt een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage van 33% op dit bedrag. De chauffeur betaalt een persoonlijke RSZ-bijdrage van 13,07%. Het nettobedrag gestort aan de werkgever bedraagt daarom 112,24 EUR. De bonus wordt betaald met het loon van juli 2019.

De bonus wordt onder de volgende voorwaarden toegekend aan chauffeurs die werkzaam waren

  • de bonus wordt toegekend pro rata het gemiddelde arbeidsregime;
  • de bonus wordt toegekend pro rata het aantal gewerkte maanden voor werknemers die in dienst traden;
  • de bonus wordt toegekend pro rata het aantal gewerkte maanden voor werknemers waarvan het arbeidscontract een einde nam. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor werknemers die ontslag namen behalve wanneer dit gebeurde om dringende redenen. Ook werknemers die om dringende redenen ontslagen werden zijn uitgezonderd van de winstdeelnamepremie en;
  • de bonus wordt toegekend pro rata de maanden arbeidsongeschiktheid omwille van ziekte.

Voor de berekening van de bonus pro rata de gewerkte maanden of de maanden van arbeidsongeschiktheid, wordt een prestatie van tenminste tien dagen aanzien als een gewerkte maand. Vakantiedagen, wettelijke feestdagen, moederschapsverlof en dagen van arbeidsongeschiktheid door arbeidsongeval worden gelijk gesteld met gepresteerde werkdagen.

Er was geen bonus voor 2018. De stijging van de loonkosten was in 2017 zelfs groter dan die van de inkomsten. Dit is het gevolg van de indexering en de sociale programmering 2017-2018.

De bonus voor 2017 van het rijdend personeel (OTW) bedroeg bruto 19,06 euro. 

Ecocheques

Eco-cheques

1) In december 2019 wordt een eenmalige ecocheque van 180€/VTE toegekend aan het rijdend personeel dat voor rekening van O.T.W.-TEC geregelde diensten uitvoert.

De exacte waarde van deze ecocheque wordt berekend op basis van de procedures voor de toekenning van de eindejaarspremie voor geregelde diensten die in de referentieperiode van 01/01/19 tot en met 31/07/19 worden toegepast.

Het is belangrijk op te merken dat deze periode betrekking heeft op de oude TEC-contracten. In geval van een overplaatsing van personeel op 1/08/2019 is het dus de overlater (voormalig werkgever) die het personeel deze ecocheque moet betalen, waarvoor hij een financiële vergoeding van de TEC zal ontvangen in het kader van de PRST.

2) In december 2019 wordt één ecocheque van 70 EUR/VTE toegekend aan rijdend personeel dat geregelde diensten voor rekening van het O.T.W.-TEC uitvoert.

De exacte waarde van deze ecocheque wordt berekend op basis van de procedures voor de toekenning van de eindejaarspremie voor geregelde diensten die tijdens de referentieperiode van 01/08/19 tot en met 31/12/19 zijn toegepast.

De twee ecocheques voor 2019 worden uiterlijk in december 2019 uitbetaald.


Invaliditeitsrente (OTW)

Het voortlopend voordeel van 0,56%, toegekend aan het rijdend personeel van de OTW-verhuurders in het kader van de sociale programmatie '97-'98, bestaat uit een aanvullende verzekering "gewaarborgd inkomen" bij ziekte vanaf 1 augustus 1997.

Wat?

De werkgever treedt toe tot de collectieve verzekeringspolis die door de CFA ten gunste van het rijdend personeel van de OTW-verhuurders werd afgesloten. Deze polis voorziet in de betaling van een invaliditeitsrente door de verzekeraar in geval van economische invaliditeit ten gevolge van een ziekte of een ongeval in het privéleven.

Economische invaliditeit is de vermindering van de arbeidsgeschiktheid van de werknemer rekening houdend met het beroep dat hij uitoefent en zijn herscholingsmogelijkheden.

Wie?

Begunstigden zijn de leden van het rijdend personeel van de OTW-verhuurders tewerkgesteld krachtens een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk.

Het voordeel geldt zowel voor voltijdsen als voor deeltijdsen. Het geldt eveneens voor arbeiders die gemengde prestaties leveren. Dit zijn arbeiders die voltijds werken en die zowel geregeld, bijzonder geregeld als ongeregeld vervoer verrichten. Om aanspraak te kunnen maken op het voordeel, moeten deze arbeiders tijdens het voorbije semester minstens 456 uren effectieve prestaties geleverd hebben in de openbare autobusdiensten.

Vanaf wanneer?

De verzekeringspolis trad in werking op 1 augustus 1997. Het personeel dat op die datum in dienst was, is automatisch verzekerd voor alle ongeschiktheden vanaf 1 augustus 1997. Hiertoe moest de werkgever het aansluitingsformulier invullen en naar Van Breda & C° sturen vóór 1 oktober 1997.

De nieuw aangeworven arbeiders zijn verzekerd vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke de proefperiode eindigt. Indien de arbeidsovereenkomst geen proefbeding bevat, is de arbeider verzekerd vanaf de datum van indiensttreding.

Premie

Voor voltijdse werknemers en werknemers met gemengde prestaties betaalt de werkgever een premie van 191,87 euro/jaar/werknemer bij Fortis AG en 160,35 euro/jaar/werknemer bij Ethias.

Voor deeltijdsen wordt de premie van 191,87 of van 160,35 euro berekend pro rata de wekelijkse arbeidsduur.

Voor werknemers die in dienst treden in de loop van het jaar wordt de premie eveneens proportioneel berekend.

Voor arbeiders tewerkgesteld met een contract van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk wordt de premie berekend in functie van de duur van hun tewerkstelling.

Rente

De rente bedraagt 5.659,61 euro per jaar voor voltijdsen en voor arbeiders met gemengde prestaties. Voor deeltijdsen is dit bedrag proportioneel aan hun wekelijkse arbeidsduur. De rente wordt uitbetaald in 12den of in 365sten van dit totaalbedrag, naargelang zij voor een maand of minder verschuldigd is.

Dit bedrag wordt uitgekeerd aan 100%, indien de economische invaliditeit minstens 67% bedraagt.

Indien zij minder dan 67 % bedraagt, maar minstens 25%, wordt dit bedrag uitgekeerd pro rata de graad van invaliditeit. Indien de invaliditeit minder dan 25% bedraagt, wordt geen rente uitgekeerd.

De rente wordt op 1 januari van elk jaar met 2% geïndexeerd.

Wachttijd

Er is een wachttijd voorzien van 90 dagen vanaf de aanvangsdatum van de invaliditeit. Gedurende deze periode is geen rente verschuldigd.

Uitsluitingen

Een invaliditeit ten gevolge van een aandoening bestaand op het ogenblik van de aansluiting is niet verzekerd, behalve indien de arbeider gedurende het eerste jaar van aansluiting niet arbeidsongeschikt wordt ten gevolge van deze aandoening.

Zijn eveneens uitgesloten: aandoeningen die door medisch onderzoek niet kunnen gecontroleerd worden, zenuw- of geestesaandoeningen zonder objectieve symptomen, ongeschiktheden die het gevolg zijn van gebruik van verdovende middelen, opzet, zelfmoordpogingen, ...

Einde

De betaling van de rente eindigt, wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt of wanneer de arbeider:

  • 60 jaar wordt;
  • met (brug)pensioen gaat;
  • overlijdt.
  • Procedure

Binnen 45 dagen na de aanvang van de invaliditeit moet de werknemer aan de verzekeraar een schadeaangifte en een medisch attest bezorgen. Hij bezorgt een kopie van de schadeaangifte aan de werkgever. Formulieren voor schadeaangiften en medische attesten worden door de werkgever ter beschikking gesteld.

Adres verzekeraar:

A.G. 1824, Afdeling Ziekte - JS5

Emile Jacquemainlaan 53

1000 Brussel

De verzekeringsmaatschappij kan steeds de invaliditeit door haar geneesheren laten onderzoeken. De werknemer die weigert zich aan een dergelijk onderzoek te onderwerpen, verliest het recht op de rente. Dit geldt eveneens voor de werknemer die toestemming weigert te verlenen aan zijn behandelende geneesheer om zijn medische gegevens door te geven aan de geneesheer van de verzekeringsmaatschappij.


    [1] Art. 2 CAO 30 april 1979 betreffende de minimumlonen en arbeidsvoorwaarden van het rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten. 

    [2] One Man Car

    [3] Art. 5 CAO 21 november 2013 betreffende de sociale programmatie 2013-2014 voor het rijdend personneel van de VVM-exploitanten.

    [4] One Man Coach.

    [5] Art. 29 Arbeidswet.

    [6] Art. 29 Arbeidswet.

    [7] Art. 9bis wet 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, BS 30 april 1965 (Loonbeschermingswet).

    [8] Art. 15 CAO 22 september 1967 en 31 oktober 1968; art. 17 CAO 28 mei 2002.

    [9] Art. 35, § 2 Arbeidswet.

    [10] Art. 4 CAO 15 september 2011 betreffende de sociale programmatie 2011-2012 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten (verhoging van 15% naar 22,5%).

    [11] Art. 3, § 1 CAO 18 december 2007 met betrekking tot de sociale programmatie 2007-2008, algemeen verbindend verklaard bij KB 29 juli 2008, BS 13 oktober 2008.

    [12] Artt. 2.5. en 3.3. CAO 13 december 1991 openbare autobusdiensten - sociale programmatie 1991, algemeen verbindend verklaard bij KB 5 augustus 1992, BS 16 september 1992.

    [13] Art. 12 CAO 22 september 1967 en 31 oktober 1968.

    [14] Art. 7 CAO 28 mei 2002.

    [15] Art. 5 CAO 15 september 2011 betreffende de sociale programmatie 2011-2012 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten.

    [16] Art. 12 CAO 22 september 1967 en 31 oktober 1968

    [17] Art. 12 CAO 22 september 1967 en 31 oktober 1968; art. 15 CAO 28 mei 2002

    [18] Art. 6 CAO 30 april 1979, gewijzigd bij CAO 26 november 2002, algemeen verbindend verklaard bij KB 11 september 2003, BS 14 november 2003.

    [19] Art. 4 CAO 28 mei 2002 betreffende de toekenning van een ARAB-vergoeding ten voordele van het rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van de Vlaamse Vervoermaatschappij, algemeen verbindend verklaard bij KB 7 september 2003, BS 21 november 2003.

    [20] Art. 4 CAO 28 augustus 1997 betreffende de toekenning van de ARAB-vergoeding ten voordele van het rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van de Société Régionale Wallone du Transport.

    [21] Art. 3 CAO 25 juni 2008 tot wijziging van de CAO 28 mei 2002 betreffende de toekenning van een ARAB-vergoeding ten voordele van het rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van de Vlaamse Vervoermaatschappij, algemeen verbindend verklaard bij KB 10 december 2008, BS 6 februari 2009.

    [22] Art. 3 CAO 25 juni 2008 tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 augustus 1997 betreffende de toekenning van een ARAB-vergoeding ten voordele van het rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van de Société Régionale Wallone, algemeen verbindend verklaard bij KB 10 december 2008, BS 6 februari 2009.

    [23] Het vroegere brugpensioen.

    [24] Art. 3 CAO 16 oktober 2007, betreffende de betaling van de vrijverkeerskaarten, algemeen verbindend verklaard bij KB 18 mei 2008, BS 10 juni 2008.

    [25] Art. 4 CAO 11 december 1992.

    [26] CAO 4 april 2011 met betrekking tot de toekenning van niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen, algemeen verbindend verklaard bij KB 12 juli 2011, BS 6 september 2011.

    [27] Art. 4 CAO 20 oktober 2011 met betrekking tot de sociale programmatie 2011-2012.

    [28] CAO 21 november 2013 betreffende de sociale programmatie 2013-2014 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten.

    [29] Art. 2.4. CAO 13 december 1991 sociale programmatie - openbare autobusdiensten, algemeen verbindend verklaard bij KB 5 augustus 1992, BS 16 september 1992.

    [30] Art. 4 CAO 21 november 2012 betreffende de sociale programmatie 2013-2014 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten.

    [31] sociale programmatie 2015-2016. 

    [32] Art. 3 CAO 3 juli 2009 betreffende de sociale programmatie 2009-2010 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten, algemeen verbindend verklaard bij KB 13 juni 2010, BS 17 augustus 2010.

    [33] Art. 3 CAO 15 september 2011 betreffende de sociale programmatie 2011-2012 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten.

    [34] Art. 3 CAO 21 november 2013 betreffende de sociale programmatie 2013-2014 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten.

    [35] Art. 4 CAO 3 juli 2009 betreffende de sociale programmatie 2009-2010 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten, algemeen verbindend verklaard bij KB 13 juni 2010, BS 17 augustus 2010.