Loonstelsel Geregeld Vervoer

Geregeld en Bijzonder Geregeld vervoer > Loonstelsel Geregeld Vervoer

REGIONALISERING

Na de regionalisering van het openbaar stads- en streekvervoer werd ook in het subcomité geregeld vervoer van het Nationaal Paritair Comité voor het Vervoer in 1991 voor het eerst een CAO afgesloten met betrekking tot de sociale programmatie 1991 waarbij voor sommige loonelementen een onderscheid wordt gemaakt tussen het Nederlandstalige en Franstalige landsgedeelte.

Hierna zal voor deze loonelementen steeds de regeling worden vermeld die van toepassing is op de verhuurders die voor rekening van de Vlaamse Vervoermaatschappij werken evenals op de verhuurders die rijden in opdracht van de Waalse Vervoermaatschappijen.

UURLOON

Het uurloon van het rijdend personeel wordt bepaald in functie van hun anciënniteit. De lonen zijn gebonden aan de evolutie van de gezondheidsindex. Bij overschrijding van de spilindex door het gemiddelde indexcijfer over de voorbije vier maanden worden de lonen met 2% verhoogd vanaf de tweede daaropvolgende maand.

Sedert 1 januari 1991 is het uurloon voor het rijdend personeel in het geregeld vervoer verschillend in Vlaanderen en in Wallonië.

Hierna vindt u de loonschalen van toepassing op het rijdend personeel van de verhuurders van de VVM en de SRWT.


LOONSCHAAL verhuurders VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ (vvm)

Het gemiddelde gezondheidsindexcijfer over de voorbije vier maanden (101,26) overschreed de spilindex (101,02) in mei 2016. Bijgevolg worden de lonen op 1 juli 2016 met 2% verhoogd. De spilindex bedraagt 103,04.

De volgende loonschaal is vanaf 1 juli 2016 van toepassing voor de verhuurders van de VVM[1]:

Opgelet! Het einde van de geldelijke loopbaan wordt vanaf 1 januari 2014 verlengd met de toekenning van een halve biënnale na twee jaar[3].

LOONSCHAAL VERHUURDERS WAALSE VERVOERMAATSCHAPPIJ (SRWT)

De spilindex (101,02) werd bereikt in mei 2016 door het rekenkundig gemiddelde van de indices van de laatste vier maanden (101,26). Bijgevolg worden de lonen met 2% verhoogd vanaf 1 juli 2016. De spilindex bedraagt 103,04. De volgende loonschaal is vanaf 1 juli 2016 van toepassing:

OVERUREN

We herhalen hier nog even de grenzen die in acht moeten genomen worden:

  • 10 u/dag
  • 50 u/week
  • gemiddeld 38 u berekend over 13 weken, 37 u voor de contracten gegund door de VVM.

De overuren worden berekend op basis van de arbeidstijd en niet op basis van de diensttijd of amplitude. Dit betekent dat alleen de rijtijd en de andere activiteiten in aanmerking worden genomen. De overuren worden als volgt vergoed:

  • toeslag van 50% van het uurloon[5]
  • toeslag van 100% van het uurloon voor overuren op zon- en feestdagen[6]
  • bij de prestatie van overuren wordt de toeslag van 50% of 100% onmiddellijk vergoed.[7] Het basisloon wordt betaald op het ogenblik van de recuperatie achteraf.

ONVOORZIENE PRESTATIES

De onvoorziene prestaties worden vergoed met een toeslag van 25% van het uurloon.[8]

NACHTARBEID

Alle prestaties tussen 20u en 6u worden beschouwd als nachtarbeid.[9] Deze prestaties worden vergoed met een bijkomende forfaitaire premie van 1,41 euro/u die eveneens indexgebonden is.

ZATERDAGARBEID

Voor het rijdend personeel van VVM-verhuurders worden de lonen vanaf 1 januari 2012 bij prestaties op zaterdag met 22,5% verhoogd. Vanaf 1 juli 2012 worden ze verhoogd met 25%.[10]

Voor het rijdend personeel van SRWT-verhuurders worden de lonen bij prestaties op zaterdag met 10% verhoogd.[11]

ZONDAGARBEID

Bij arbeid op zon- en feestdagen worden de lonen met 100% verhoogd. Vanaf 1 november 1991 werd de stationnementspremie op zon- en feestdagen eveneens vermeerderd met 100% toeslag voor werk op zon- en feestdagen.[12]

STATIONNEMENTSPREMIE

Stationnementstijden worden niet beschouwd als arbeidstijd en komen niet in aanmerking voor de bepaling van de arbeidstijd en de overuren.

De stationnementen worden betaald onder de vorm van een premie, gelijk aan het loon voor een duur van 30 minuten werktijd, verhoogd met de helft van de overige tijd.[13] Per stationnement worden 15 minuten beschouwd als werktijd.[14]

ONDERBREKING

De onderbreking wordt niet beschouwd als arbeidstijd. De vergoeding wordt als volgt berekend:

  • de eerste onderbreking van de dag wordt slechts vergoed op voorwaarde dat ze maximum één uur duurt. In dat geval wordt een premie betaald gelijk aan het loon betaald voor de duur van de onderbreking.
  • wanneer deze eerste onderbreking van de dag langer duurt dan één uur, is de regeling als volgt :

a. VVM-verhuurders: premie van 2,89 euro (vanaf 1 juli 2016)[15]

b. SRWT-verhuurders: geen vergoeding[16]

  • vanaf de tweede onderbreking wordt een premie betaald gelijk aan het loon voor de duur van de onderbreking met een maximum van 60'.[17]

MAANDTOELAGE

Deze maandelijkse premie is gebonden aan de gezondheidsindex.

Ze bedraagt:

  • SRWT: 100,41 euro vanaf 1 juli 2016
  • VVM[18]: 142,10 euro vanaf 1 juli 2016

De werknemers die in de betrokken maand minstens tien effectieve werkdagen werken, hebben recht op de totaliteit van de maandelijkse premie. De vakantiedagen worden gelijkgeschakeld met effectieve arbeidsprestaties. De personeelsleden die tijdens de betrokken maand hun ontslag hebben gegeven of omwille van dringende redenen werden ontslagen, verliezen het recht op de maandtoelage voor de maand in kwestie.

ARAB-VERGOEDING

Gelet op het mobiele karakter van het beroep van chauffeur waardoor onmogelijk vanuit de vervoersonderneming kan gezorgd worden voor een aantal sanitaire voorzieningen, dient noodgedwongen beroep te worden gedaan op bestaande privéaccommodatie. De zogenaamde ARAB-vergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten die deze werknemers moeten maken om gebruik te maken van deze voorzieningen. Bijgevolg is deze vergoeding vrijgesteld van RSZ en bedrijfsvoorheffing. Sedert 1 januari 1991 is een verschillende ARAB-vergoeding van toepassing in Vlaanderen en in Wallonië:

  • VVM: een vergoeding van 173,48 euro /trimester vanaf 1 januari 2003[19]
  • SRWT :een vergoeding van 273,18 euro/trimester vanaf 1 januari 1993[20] en een vergoeding van 2,75 euro/gepresteerde dag (deze aanvulling bij de trimestriële betaling van de basis ARAB-vergoeding wordt maandelijks betaald).

De toekenningsvoorwaarden zijn identiek in Vlaanderen en in Wallonië:

  • de chauffeurs moeten een effectieve arbeidsprestatie hebben geleverd van minstens tien dagen in het betrokken trimester;
  • ze mogen niet op eigen initiatief de onderneming hebben verlaten;
  • de vergoeding moet op het einde van elk trimester worden betaald.

Voor de chauffeurs geregeld vervoer die in dienst treden vanaf 1 juli 2008 wordt de ARAB-vergoeding betaald onder de vorm van een maandbedrag i.p.v. een trimestrieel bedrag. De chauffeurs hebben recht op dit maandbedrag, indien zij beantwoorden aan de volgende voorwaarden[21]:

  • tijdens de betrokken maand effectieve arbeidsprestaties van minstens 10 dagen hebben geleverd;
  • op eigen initiatief de onderneming niet hebben verlaten;

Het bedrag van deze ARAB-vergoeding werd vastgelegd op:

  • 57,83 euro/maand voor de VVM-verhuurders.
  • 91,06 euro/maand voor de SRWT-verhuurders[22]

Dit bedrag moet ten laatste betaald worden samen met het loon van de betrokken maand.

EINDEJAARSPREMIE

De eindejaarspremie 2016 bedraagt 2.698,53 euro voor het rijdend personeel dat werkt in opdracht van de Vlaamse Vervoermaatschappij en 2.490,19 euro voor het rijdend personeel dat werkt in opdracht van de Société Régionale Wallonne du Transport. Dit bedrag wordt verminderd met het voorschot van 74,39 euro (onder voorbehoud van wijzigingen) dat gestort wordt door het Sociaal Fonds op het bankrekeningnummer van het personeelslid.

Betalingsdatum van het voorschot: 12 december 2016.

VERGOEDING WERKKLEDIJ

Zie Geregeld, Bijzonder Geregeld en Ongeregeld vervoer.


VRIJVERKEERKAARTEN

Vanaf 1 maart 1992 genieten alle personeelsleden en hun rechthebbenden (gezinsleden) van de VVM- en SRWT-verhuurders van een gratis vrijverkeerkaart op de netten van VVM en SRWT. Ook de gepensioneerde personeelsleden hebben recht op dergelijke vrijverkeerkaarten. Voor hen die met pensioen gingen vanaf 1 januari 1993, valt de kost van de kaart ten laste van de laatste werkgever. Voor hen die met pensioen gingen vóór 31 december 1992 en een anciënniteit van 10 jaar in de sector hebben, wordt de kost van de kaart (74,37 euro) ten laste genomen door het Sociaal Fonds van de sector.[24] De langstlevende partner van een overleden titularis heeft ook recht op de vrijverkeerkaart, wanneer zij op het moment van het overlijden minimum één jaar gehuwd waren of samenwoonden. De echtgeno(o)t(e) of de partner van de titularis verliest het recht op de kaart, wanneer hij/zij hertrouwt. De kinderen die een kaart hebben op het moment van overlijden van de titularis, houden hun kaart zolang zij recht geven op kinderbijslag. De kaart is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar. In geval van fraude wordt zij onmiddellijk ingetrokken.

HITTE-UREN (SRWT)

Bij overschrijding van 27°C onder thermometerhut bij het KMI te Ukkel wordt een premie toegekend gelijk aan één uur loon vanaf een minimumprestatie van 4u.[25]

PREMIES

Winstdeelnamepremie 2017 (SRWT)

De winstdeelnamepremie 2017 van het rijdend personeel (SRWT) bedraagt bruto 19,05 euro. De werkgever betaalt een bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 33% op dit bedrag. Vanaf 2013 betaalt ook de chauffeur een persoonlijke RSZ-bijdrage van 13,07% die berekend wordt op het bedrag van de premie aan 100%. De werkgever dient het bruto bedrag van deze premie te verminderen, wat resulteert in een netto bedrag van 16,57 euro. Deze premie wordt betaald op de laatste werkdag van de maand juli. Voor de toepassing van deze bepaling wordt de zaterdag niet beschouwd als een werkdag.[26]

De premie wordt onder de volgende voorwaarden toegekend aan chauffeurs die werkzaam waren in 2016:

  • de premie wordt toegekend pro rata het gemiddelde arbeidsregime gedurende 2016;
  • de premie wordt toegekend pro rata het aantal gewerkte maanden voor werknemers die in dienst traden in 2016;
  • de premie wordt toegekend pro rata het aantal gewerkte maanden voor werknemers waarvan het arbeidscontract een einde nam in 2016. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor werknemers die ontslag namen behalve wanneer dit gebeurde om dringende redenen. Ook werknemers die om dringende redenen ontslagen werden zijn uitgezonderd van de winstdeelnamepremie en;
  • de premie wordt toegekend pro rata de maanden arbeidsongeschiktheid omwille van ziekte.

Voor de berekening van de premie pro rata de gewerkte maanden of de maanden van arbeidsongeschiktheid, wordt een prestatie van tenminste tien dagen aanzien als een gewerkte maand. Vakantiedagen, wettelijke feestdagen, moederschapsverlof en dagen van arbeidsongeschiktheid door arbeidsongeval worden gelijk gesteld met gepresteerde werkdagen.

Anciënniteitspremie (SRWT)

Vanaf 1 januari 2012 geldt voor de leden van het rijdend personeel[27]:

Niet recurrente bonus 2014 (VVM)

Er wordt een sectorale CAO afgesloten tot invoering van een niet-recurrente bonus ter waarde van 140 euro bruto. Bij deeltijdse tewerkstelling wordt dit bedrag geproratiseerd in functie van het arbeidsregime. De te realiseren doelstelling wordt bij sectorale CAO bepaald. De bonus wordt uitgekeerd in augustus 2014[28].

FEESTDAG VLAAMSE GEMEENSCHAP (VVM)

Vanaf 1992 wordt ter gelegenheid van deze feestdag (11 juli) een verlofdag toegekend die in overleg tussen werkgever en werknemer moet worden genomen en vergoed wordt op basis van het systeem van klein verlet.[29]

KORT VERZUIM

Zie Geregeld, Bijzonder Geregeld en Ongeregeld vervoer.


INVALIDITEITSRENTE (SRWT)

Het voortlopend voordeel van 0,56%, toegekend aan het rijdend personeel van de SRWT-verhuurders in het kader van de sociale programmatie '97-'98, bestaat uit een aanvullende verzekering "gewaarborgd inkomen" bij ziekte vanaf 1 augustus 1997.

Wat?

De werkgever treedt toe tot de collectieve verzekeringspolis die door de CFA ten gunste van het rijdend personeel van de SRWT-verhuurders werd afgesloten. Deze polis voorziet in de betaling van een invaliditeitsrente door de verzekeraar in geval van economische invaliditeit ten gevolge van een ziekte of een ongeval in het privéleven.

Economische invaliditeit is de vermindering van de arbeidsgeschiktheid van de werknemer rekening houdend met het beroep dat hij uitoefent en zijn herscholingsmogelijkheden.

Wie?

Begunstigden zijn de leden van het rijdend personeel van de SRWT-verhuurders tewerkgesteld krachtens een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk.

Het voordeel geldt zowel voor voltijdsen als voor deeltijdsen. Het geldt eveneens voor arbeiders die gemengde prestaties leveren. Dit zijn arbeiders die voltijds werken en die zowel geregeld, bijzonder geregeld als ongeregeld vervoer verrichten. Om aanspraak te kunnen maken op het voordeel, moeten deze arbeiders tijdens het voorbije semester minstens 456 uren effectieve prestaties geleverd hebben in de openbare autobusdiensten.

Vanaf wanneer?

De verzekeringspolis trad in werking op 1 augustus 1997. Het personeel dat op die datum in dienst was, is automatisch verzekerd voor alle ongeschiktheden vanaf 1 augustus 1997. Hiertoe moest de werkgever het aansluitingsformulier invullen en naar Van Breda & C° sturen vóór 1 oktober 1997.

De nieuw aangeworven arbeiders zijn verzekerd vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke de proefperiode eindigt. Indien de arbeidsovereenkomst geen proefbeding bevat, is de arbeider verzekerd vanaf de datum van indiensttreding.

Premie

Voor voltijdse werknemers en werknemers met gemengde prestaties betaalt de werkgever een premie van 191,87 euro/jaar/werknemer bij Fortis AG en 160,35 euro/jaar/werknemer bij Ethias.

Voor deeltijdsen wordt de premie van 191,87 of van 160,35 euro berekend pro rata de wekelijkse arbeidsduur.

Voor werknemers die in dienst treden in de loop van het jaar wordt de premie eveneens proportioneel berekend.

Voor arbeiders tewerkgesteld met een contract van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk wordt de premie berekend in functie van de duur van hun tewerkstelling.

Rente

De rente bedraagt 5.659,61 euro per jaar voor voltijdsen en voor arbeiders met gemengde prestaties. Voor deeltijdsen is dit bedrag proportioneel aan hun wekelijkse arbeidsduur. De rente wordt uitbetaald in 12den of in 365sten van dit totaalbedrag, naargelang zij voor een maand of minder verschuldigd is.

Dit bedrag wordt uitgekeerd aan 100%, indien de economische invaliditeit minstens 67% bedraagt.

Indien zij minder dan 67 % bedraagt, maar minstens 25%, wordt dit bedrag uitgekeerd pro rata de graad van invaliditeit. Indien de invaliditeit minder dan 25% bedraagt, wordt geen rente uitgekeerd.

De rente wordt op 1 januari van elk jaar met 2% geïndexeerd.

Wachttijd

Er is een wachttijd voorzien van 90 dagen vanaf de aanvangsdatum van de invaliditeit. Gedurende deze periode is geen rente verschuldigd.

Uitsluitingen

Een invaliditeit ten gevolge van een aandoening bestaand op het ogenblik van de aansluiting is niet verzekerd, behalve indien de arbeider gedurende het eerste jaar van aansluiting niet arbeidsongeschikt wordt ten gevolge van deze aandoening.

Zijn eveneens uitgesloten: aandoeningen die door medisch onderzoek niet kunnen gecontroleerd worden, zenuw- of geestesaandoeningen zonder objectieve symptomen, ongeschiktheden die het gevolg zijn van gebruik van verdovende middelen, opzet, zelfmoordpogingen, ...

Einde

De betaling van de rente eindigt, wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt of wanneer de arbeider:

  • 60 jaar wordt;
  • met (brug)pensioen gaat;
  • overlijdt.
  • Procedure

Binnen 45 dagen na de aanvang van de invaliditeit moet de werknemer aan de verzekeraar een schadeaangifte en een medisch attest bezorgen. Hij bezorgt een kopie van de schadeaangifte aan de werkgever. Formulieren voor schadeaangiften en medische attesten worden door de werkgever ter beschikking gesteld.

Adres verzekeraar:

A.G. 1824, Afdeling Ziekte - JS5

Emile Jacquemainlaan 53

1000 Brussel

De verzekeringsmaatschappij kan steeds de invaliditeit door haar geneesheren laten onderzoeken. De werknemer die weigert zich aan een dergelijk onderzoek te onderwerpen, verliest het recht op de rente. Dit geldt eveneens voor de werknemer die toestemming weigert te verlenen aan zijn behandelende geneesheer om zijn medische gegevens door te geven aan de geneesheer van de verzekeringsmaatschappij.

ANCIENNITEITSVERLOF

Met ingang van 1 januari 2014 wordt een dag anciënniteitsverlof ingevoerd voor alle leden van het rijdend personeel met minstens vier jaar anciënniteit (VVM) of vijf jaar anciënniteit (SRWT). Vanaf 2016 wordt een extra dag anciënniteitsverlof toegekend aan het rijdend personeel van de SRWT. De toekenning ervan gebeurt op basis van de dienstanciënniteit verworven op 1 juli van het toekenningsjaar. Bij deeltijdse tewerkstelling wordt het anciënniteitsverlof geproratiseerd in functie van het arbeidsregime[30].

MAALTIJDCHEQUES (VVM) - ECOCHEQUES (srwt)

Maaltijdcheques (VVM)

Er worden aan het rijdend personeel van de VVM-exploitanten maaltijdcheques toegekend. De waarde van de cheque bedraagt 4,72 euro. De werkgeversbijdrage bedraagt 3,63 euro per cheque. De werknemersbijdrage bedraagt 1,09 euro per cheque. Met ingang van 1 januari 2016 werd de werkgeversbijdrage met 1 euro/cheque verhoogd.[31]

Ecocheques (SRWT)

Met ecocheques kan het rijdend personeel van de SRWT-exploitanten ecologische diensten en producten aanschaffen die in de bijgevoegde lijst op de CAO nr. 98 van de Nationale Arbeidsraad (NAR) vermeld staan.[32] Deze lijst is beschikbaar op de website van de Nationale Arbeidsraad: www.cnt-nar.be.

Eind oktober 2011 worden aan het rijdend personeel van de SRWT-exploitanten ecocheques toegekend ten bedrage van 80 euro (bedrag voor een voltijdse dienstbetrekking). De hoogste nominale waarde van de ecocheque bedraagt 10 euro per cheque. De ecocheques worden op naam van de werknemer afgeleverd en zijn 24 maanden geldig vanaf de terbeschikkingstelling.

De ecocheques worden toegekend a rato van het arbeidsregime in 2010 (80 euro voor een voltijdse chauffeur, pro rata voor een deeltijdse chauffeur alsmede voor het personeel dat occasioneel rijprestaties verricht). Het rijdend personeel dat in dienst is getreden in de loop van 2011 heeft geen recht op de ecocheques. Ingeval van ontslag, zelfs om dringende reden, of van ontslagname in 2011, heeft het rijdend personeel recht op de ecocheques. [33]

GESCHENKENCHEQUES

  • SRWT[34]: ter gelegenheid van Sinterklaas ontvangen alle chauffeurs die geregelde diensten uitvoeren voor rekening van de SRWT-TEC en in dienst zijn in januari en februari 2016, een geschenkencheque ter waarde van 27 euro.;
  • VVM[35]: 35 euro naar aanleiding van 1 januari (pro rata op basis van het tewerkstellingspercentage, op 1 januari).

HOSPITALISATIEVERZEKERING

Zie Geregeld, Bijzonder Geregeld en Ongeregeld vervoer.

FIETSVERGOEDING (VVM)

De chauffeur rijdend voor de VVM verhuurders dat tenminste 1 km met de fiets aflegt voor het woon-werktraject (enkele rit), ontvangt een fietsvergoeding vanaf 1 augustus 2011.[36]

Deze vergoeding bedraagt 0,15 euro per kilometer. Met ingang van 1 januari 2014 wordt de fietsvergoeding verhoogd tot 0,21 euro/km[37]. De fietsvergoeding wordt maandelijks betaald op basis van het aantal effectieve arbeidsdagen dat de fiets wordt gebruikt.[38]


[1] Art. 2 CAO 30 april 1979 betreffende de minimumlonen en arbeidsvoorwaarden van het rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten. Art. 2 CAO 15 september 2011 betreffende de sociale programmatie 2011-2012 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten.

[2] One Man Car

[3] Art. 5 CAO 21 november 2013 betreffende de sociale programmatie 2013-2014 voor het rijdend personneel van de VVM-exploitanten.

[4] One Man Coach.

[5] Art. 29 Arbeidswet.

[6] Art. 29 Arbeidswet.

[7] Art. 9bis wet 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, BS 30 april 1965 (Loonbeschermingswet).

[8] Art. 15 CAO 22 september 1967 en 31 oktober 1968; art. 17 CAO 28 mei 2002.

[9] Art. 35, § 2 Arbeidswet.

[10] Art. 4 CAO 15 september 2011 betreffende de sociale programmatie 2011-2012 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten (verhoging van 15% naar 22,5%).

[11] Art. 3, § 1 CAO 18 december 2007 met betrekking tot de sociale programmatie 2007-2008, algemeen verbindend verklaard bij KB 29 juli 2008, BS 13 oktober 2008.

[12] Artt. 2.5. en 3.3. CAO 13 december 1991 openbare autobusdiensten - sociale programmatie 1991, algemeen verbindend verklaard bij KB 5 augustus 1992, BS 16 september 1992.

[13] Art. 12 CAO 22 september 1967 en 31 oktober 1968.

[14] Art. 7 CAO 28 mei 2002.

[15] Art. 5 CAO 15 september 2011 betreffende de sociale programmatie 2011-2012 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten.

[16] Art. 12 CAO 22 september 1967 en 31 oktober 1968

[17] Art. 12 CAO 22 september 1967 en 31 oktober 1968; art. 15 CAO 28 mei 2002

[18] Art. 6 CAO 30 april 1979, gewijzigd bij CAO 26 november 2002, algemeen verbindend verklaard bij KB 11 september 2003, BS 14 november 2003.

[19] Art. 4 CAO 28 mei 2002 betreffende de toekenning van een ARAB-vergoeding ten voordele van het rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van de Vlaamse Vervoermaatschappij, algemeen verbindend verklaard bij KB 7 september 2003, BS 21 november 2003.

[20] Art. 4 CAO 28 augustus 1997 betreffende de toekenning van de ARAB-vergoeding ten voordele van het rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van de Société Régionale Wallone du Transport.

[21] Art. 3 CAO 25 juni 2008 tot wijziging van de CAO 28 mei 2002 betreffende de toekenning van een ARAB-vergoeding ten voordele van het rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van de Vlaamse Vervoermaatschappij, algemeen verbindend verklaard bij KB 10 december 2008, BS 6 februari 2009.

[22] Art. 3 CAO 25 juni 2008 tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 augustus 1997 betreffende de toekenning van een ARAB-vergoeding ten voordele van het rijdend personeel van de ondernemingen van openbare autobusdiensten die werken in opdracht van de Société Régionale Wallone, algemeen verbindend verklaard bij KB 10 december 2008, BS 6 februari 2009.

[23] Het vroegere brugpensioen.

[24] Art. 3 CAO 16 oktober 2007, betreffende de betaling van de vrijverkeerskaarten, algemeen verbindend verklaard bij KB 18 mei 2008, BS 10 juni 2008.

[25] Art. 4 CAO 11 december 1992.

[26] CAO 4 april 2011 met betrekking tot de toekenning van niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen, algemeen verbindend verklaard bij KB 12 juli 2011, BS 6 september 2011.

[27] Art. 4 CAO 20 oktober 2011 met betrekking tot de sociale programmatie 2011-2012.

[28] CAO 21 november 2013 betreffende de sociale programmatie 2013-2014 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten.

[29] Art. 2.4. CAO 13 december 1991 sociale programmatie - openbare autobusdiensten, algemeen verbindend verklaard bij KB 5 augustus 1992, BS 16 september 1992.

[30] Art. 4 CAO 21 november 2012 betreffende de sociale programmatie 2013-2014 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten.

[31] sociale programmatie 2015-2016

[32] CAO nr. 98 van 20 februari 2009 betreffende de ecocheques, gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst 21 december 2010, algemeen verbindend verklaard bij KB 28 juni 2009, BS 13 juli 2009.

[33] CAO 20 oktober 2011 met betrekking tot de toekenning van ecocheques.

[34] Sociaal akkoord 2015-2016.

[35] Art. 3 CAO 3 juli 2009 betreffende de sociale programmatie 2009-2010 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten, algemeen verbindend verklaard bij KB 13 juni 2010, BS 17 augustus 2010.

[36] Art. 3 CAO 15 september 2011 betreffende de sociale programmatie 2011-2012 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten.

[37] Art. 3 CAO 21 november 2013 betreffende de sociale programmatie 2013-2014 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten.

[38] Art. 4 CAO 3 juli 2009 betreffende de sociale programmatie 2009-2010 voor het rijdend personeel van de VVM-exploitanten, algemeen verbindend verklaard bij KB 13 juni 2010, BS 17 augustus 2010.