Toepassingsgebied

Rij- en Rusttijden > In de EU > Toepassingsgebied

Personeel toepassingsgebied

Verordening (EG) nr. 561/2006 is van toepassing op alle bemanningsleden van de voertuigen bestemd voor het personen- of goederenvervoer, ongeacht het feit of het gaat om vervoer voor eigen rekening of vervoer voor rekening van derden, en van het feit of de betrokkene de hoedanigheid heeft van bezoldigde of van zelfstandige. Volgende voertuigen zijn nochtans uitgesloten van de werkingssfeer:

  • voertuigen die volgens hun bouwtype en uitrusting ten hoogste negen personen, de bestuurder daaronder begrepen, kunnen vervoeren en die daartoe zijn bestemd;
  • voertuigen die bestemd zijn voor het geregeld personenvervoer[1] waarvan de lengte van het traject niet groter is dan 50 kilometer;
  • voertuigen van of onder toezicht van strijdkrachten, bescherming burgerbevolking, brandweer en korpsen voor de handhaving van de openbare orde;
  • voertuigen die gebruikt worden in noodsituaties of voor reddingsoperaties;
  • speciaal voor medische doeleinden uitgeruste voertuigen;
  • voertuigen die speciaal zijn uitgerust voor reparaties en wegslepen;
  • voertuigen die op de weg worden beproefd met het oog op de technische ontwikkeling, reparatie of onderhoud, en nieuwe of vernieuwde voertuigen die nog niet in gebruik zijn genomen.

Bovendien werd in België een uitzondering gemaakt voor:

  • voertuigen met 10 tot 17 zitplaatsen die uitsluitend worden gebruikt voor niet-commercieel personenvervoer;
  • voertuigen die worden gebruikt voor autorijlessen en -examens met het oog op het verkrijgen van een rijbewijs, voorzover ze niet worden gebruikt voor het commerciële personenvervoer[2].

Belangrijk! Deze twee laatste uitzonderingen gelden enkel voor het Belgisch grondgebied.

Territoriale bevoegdheid

Verordening (EG) nr. 561/2006 is van toepassing op het grondgebied van de 27 lidstaten van het Europese Unie, Zwitserland en de Europese Economische Ruimte (IJsland, Noorwegen en Liechtenstein).

Alle andere landen vallen onder toepassing van het stelsel van de rij-en rusttijden van het AETR-verdrag.[3]

Het is dan belangrijk te onderscheiden welke reglementering toepasselijk is in functie van het grondgebied waarop men zich bevindt:

  • wanneer over het grondgebied van een AETR-land gereden wordt (van, naar of in transit) is de AETR toepasselijk op gans het traject, met uitzondering van dat deel ervan dat over een derde land loopt.
  • op het deel van het traject dat over een derde land loopt, is altijd de eigen nationale reglementering van dat land van toepassing.
  • op vervoer op het grondgebied van de EU, is de Verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing, behalve wanneer vanuit, naar of door een AETR-land gereden wordt, of wanneer een derde land getransiteerd wordt en het voertuig niet in de EU is ingeschreven.

Schema voor de toepassing van de AETR en de Verordening (EG) nr. 561/2006

[1] Volgens de Europese definitie van de geregelde diensten van personenvervoer maken de bijzondere geregelde diensten deel uit van de categorie van de geregelde diensten (zie art. 2, punt 1.2. Verord. Raad nr. 684/92).
[2] KB 9 april 2007 houdende uitvoering van de verordening (EG) nr. 561/2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) 2135/98 van de Raad en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad, BS 11 april 2007.
[3] Wet 10 februari 1975 houdende goedkeuring van de Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (AETR), Bijlage en Protocol van ondertekening, opgemaakt te Genève op 1 juli 1970, BS 12 juli 1978.
[4] EU = 27 lidstaten van de EU + 3 lidstaten van de EER + Zwitserland.
[5] AE = 49 lidstaten van AETR.
[6] 1/3 = derde land niet lid van EU of AETR.

[7] NRD = nationale regelgeving van kracht in het derde land.