Tijdskrediet

Inleiding en toepassingsgebied

Werknemers kunnen gedurende een bepaalde periode hun arbeidsprestaties volledig schorsen of verminderen. Oorspronkelijk golden drie stelsels van loopbaanonderbreking en tijdskrediet. De wettelijke basis was CAO nr.77bis van de Nationale Arbeidsraad.[1]

Het regeerakkoord van 2011 voorzag met ingang van 1 januari 2012 wijzigingen met betrekking tot:

  • de voorwaarden om recht te hebben op tijdskrediet. De Nationale Arbeidsraad heeft zich beraden over een aanpassing van CAO nr. 77bis en sloot op 27 juni 2012 de nieuwe CAO nr. 103 over tijdskrediet (in werking vanaf 1 september 2012)[2];
  • het recht op de onderbrekingsuitkeringen die het tijdskrediet begeleiden. Een KB van 28 december 2011 paste het uitkeringsrecht aan.[3]

Tijdskrediet geldt voor alle organisaties op wie de CAO-wet van toepassing is. De drie regelingen van CAO nr. 77bis werden opgenomen in de onderstaande tabel en blijven gelden in de onderstaande situaties[4]:

  • eerste- en verlengingsaanvragen die vóór 1 september 2012 schriftelijk ter kennis werden gegeven aan de werkgever;
  • eerste verlengingsaanvragen van werknemers van minstens 50 jaar ná de inwerkingtreding van CAO nr. 103 die vóór de inwerkingtreding van CAO nr. 103 in een landingsbaan[5] waren;
  • werknemers die vóór de inwerkingtreding van CAO nr. 103 in tijdskrediet waren kunnen in een landingsbaan stappen, mits de werkgever en de werknemer hierover een akkoord hebben gesloten en dit onder de volgende cumulatieve voorwaarden: (1) de werkgever werd vóór 28 november 2012 schriftelijk op de hoogte gebracht en (2) de landingsbaan volgt onmiddellijk aansluitend op én onder dezelfde vorm als het lopende tijdskrediet.

Oude regeling

Recht op tijdskrediet 

Definitie: volledige of halve schorsing van de arbeidsprestaties.

Anciënniteit bij de werkgever: voltijds/deeltijds tewerkgesteld gedurende 12 maanden over de 15 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke aanvraag.

De arbeidsprestaties kunnen tot een halftijdse betrekking teruggebracht worden op voorwaarde dat men tenminste ten belope van 3/4 van een voltijdse betrekking in de onderneming tewerkgesteld is gedurende de 12 maanden die de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever voorafgaan.

Vormen:

  • volledige schorsing;
  • halve schorsing (mits voltijdse of 3/4 tewerkstelling voor de schriftelijke aanvraag).

Duur: 3 maanden tot 1 jaar of via CAO verlengbaar tot maximum 5 jaar.

Verrekening:

  • volledige of halve loopbaanvermindering moet in rekening worden gebracht;
  • periodes van volledige of halve schorsing bij ouderschapsverlof, loopbaanonderbreking voor bijstand/verzorging gezinslid en palliatief verlof, worden niet verrekend.

Vergoeding: ten laste van de RVA en verschillend naargelang de anciënniteit van de werknemer en zijn arbeidregeling.

Recht op de vermindering van de loopbaan met 1/5 

Definitie: Vermindering wekelijkse arbeid met 1/5 (1 dag/week of 2 halve dagen/week).

Anciënniteit bij de werkgever: 

  • 5 jaar tewerkstelling voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag
  • 12 maanden voltijdse tewerkstelling voor de aanvaag
  • Arbeidsregeling: 5 dagen of meer/ week

Vormen: 1 dag/week of 2 halve dagen/week. 

Duur: Minimum 6 maanden tot maximum 5 jaar.

Verrekening: 

  • loopbaanonderbreking (1/5, 1/4 en 1/3) worden in rekening gebracht;
  • periodes van volledige of halve schorsing bij ouderschapsverlof, loopbaanonderbreking voor bijstand/verzorging gezinslid en palliatief verlof, worden niet verrekend.

Vergoeding: Ten laste van de RVA, forfaitair (volgens de gezinstoestand).

Recht om de arbeid te verminderen voor werknemers van 50 jaar en ouder 

Definitie: Vermindering wekelijkse arbeid met 1/5 (1 dag/week of 2 halve dagen/week) of met de helft.

Anciënniteit bij de werkgever: 

  • vermindering 1/5: vanaf 50 jaar, 3 jaar tewerkstelling en voltijds of 4/5 (tijdskrediet) gedurende de 12 maanden voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag en 20 jaar anciënniteit als loontrekkende;
  • vermindering 1/2: vanaf 50 jaar, drie jaar tewerkstelling en voltijds of 3/4 gedurende de 12 maanden voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag en 20 jaar anciënniteit als loontrekkende.

Vormen: Per periode van minimum 6 maanden, 1 dag/week of 2 halve dagen/week.

Duur: Onbeperkt, maar eindigt met het pensioen. Vermindering 1/2: minimum 3 maanden. Vermindering 1/5: minimum 6 maanden.

Vergoeding: Ten laste van de RVA, forfaitair volgens de gezinstoestand voor vermindering met 1/5 en verschillend naargelang de anciënniteit voor vermindering met de 1/2.

In ondernemingen met tien werknemers of minder op 30 juni van het jaar voor de aanvraag, hangt het recht op tijdskrediet, of vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5 of op vermindering van de arbeid voor 50-plussers af van het akkoord van de werkgever. 

Nieuwe regeling

Het regeerakkoord van 2011 voorzag in wijzigingen op het vlak van loopbaanonderbreking en tijdskrediet die intraden op 1 januari 2012.[6]

Binnen het stelsel van het tijdskrediet wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds het niet-gemotiveerde gewone tijdskrediet en anderzijds het gemotiveerd tijdskrediet:

  • het niet-gemotiveerde gewoon tijdskrediet vervangt de huidige regeling van het recht op tijdskrediet en het recht op vermindering van de loopbaan met 1/5. Het recht op uitkeringen is beperkt tot één voltijds equivalent van twaalf maanden (één jaar 1/1 of twee jaar 1/2 of vijf jaar 1/5 of een combinatie gelijk aan 1/1) gedurende de volledige beroepsloopbaan.[7] De anciënniteitsvereiste is vijf jaar waarvan twee jaar ondernemingsanciënniteit;
  • het gemotiveerd tijdskrediet geeft bovenop het recht op uitkeringen voor twaalf maanden niet-gemotiveerd gewoon tijdskrediet een bijkomend recht op uitkeringen voor maximaal 36 maanden (of drie jaar) of 48 maanden (vier jaar) omwille van bepaalde motieven[8]:
  • tot drie jaar voor de opvoeding van een kind tot acht jaar, voor palliatief verlof, voor de zorg voor een zwaar ziek familielid of voor het volgen van bepaalde opleidingen;
  • tot vier jaar om zorg te dragen voor zijn gehandicapt kind tot 21 jaar of voor de bijstand of verzorging aan een zwaar ziek kind (dat deel uitmaakt van zijn gezin).

De werknemer kan een gemotiveerd tijdskrediet met uitkering nemen van drie of vier jaar voltijds, of drie of vier jaar halftijds of drie of vier jaar 1/5 of een combinatie die maximum drie of vier jaar bedraagt. De ondernemingsanciënniteit is twee jaar.

Het recht op vermindering van de loopbaan met 1/5 wordt afgeschaft. De arbeidsprestaties kunnen echter nog steeds met 1/5 verminderd worden binnen het stelsel van tijdskrediet.

Het recht op loopbaanvermindering voor werknemers van 50 jaar en ouder, geldt nu voor werknemers van 55 jaar en ouder. De anciënniteitsvereiste is 25 jaar (in de plaats van 20 jaar).[9]

Het stelsel van de thematische verloven zoals het recht op loopbaanonderbreking met het oog op het geven van palliatieve zorgen, het recht op loopbaanonderbreking met het oog op bijstand of verzorging van een zwaar gehandicapt ziek gezins- of familielid, behalve het recht op ouderschapsverlof (vier in de plaats van drie maanden vanaf maart 2012) blijft voorlopig ongewijzigd.

Inwerkingtreding

De nieuwe regeling in het kader van tijdskrediet is van toepassing op alle (verlengings)aanvragen die ingaan op 1 januari 2012.De vroegere regeling blijft van toepassing[10]:

  • op de eerste aanvragen of verlengingsaanvragen voor onderbrekingsuitkeringen die werden ontvangen bij de RVA, uiterlijk op donderdag 1 maart 2012 voor zover de werknemer vóór 28 november 2011 zijn werkgever schriftelijk op de hoogte had gebracht en voor zover de ingangsdatum uiterlijk maandag 2 april 2012 is;
  • op de werknemer van minstens 50 jaar die werkzaam is in de privésector en reeds in het stelsel "einde loopbaan" zit, maar die dit stelsel niet had aangevraagd tot aan de pensioenleeftijd. Deze werknemer kan verder genieten van de oude bepalingen ter gelegenheid van de eerstvolgende aanvraag om verlenging. Deze aanvraag om verlenging kan slechts eenmaal worden aanvaard en zij kan betrekking hebben op de periode die loopt tot de pensioenleeftijd.

Wat betreft de aanvragen die een aanvang nemen vóór 1 januari 2012, blijven de oude bepalingen van toepassing ongeacht de ontvangstdatum bij de RVA.

Beperking van gelijktijdige afwezigheden

Om de continuïteit van het werk te verzekeren werd een drempel van 5% van het personeelsbestand of de dienst in de onderneming ingevoerd.[11] De berekeningsbasis is het aantal werknemers dat met een arbeidsovereenkomst in de onderneming tewerkgesteld is op 30 juni van het jaar voorafgaand aan het jaar tijdens hetwelk het tijdskrediet wordt opgenomen.[12] Aan de hand van een maandelijkse berekening van de drempel van 5% kan de werkgever al dan niet gunstig reageren op de vraag om tijdskrediet.

Bij sectorale CAO kan deze drempel gewijzigd worden, maar dan wel rekening houdend met de behoefte van de onderneming.

Opgelet! Ingevolge het Generatiepact worden werknemers van 55 jaar of ouder die een 1/5de loopbaanvermindering uitoefenen of hebben aangevraagd, niet in acht genomen voor de berekening van de drempel.

Bij overschrijding van de drempel moet een voorkeur- en planningsmechanisme opgesteld worden.[13]

Hoe aanvragen?

  • schriftelijk
  • drie maanden op voorhand wanneer de werkgever méér dan 20 werknemers tewerkstelt
  • zes maanden op voorhand wanneer de werkgever ten hoogste 20 werknemers tewerkstelt

Werkgever en werknemer kunnen schriftelijk andere termijnen overeenkomen.[14]

Waarborgen

Bescherming tegen ontslag

  • begin: 3-6 maanden voor het gewenste begin
  • einde: drie maanden na einde van het tijdskrediet of na niet-akkoord werkgever[15]
  • ontslag nog mogelijk omwille van dringende redenen of redenen die vreemd zijn aan het tijdskrediet
  • sanctie bij overtreding: forfaitaire vergoeding gelijk aan het loon van zes maanden[16]
  • Waarborg voor de werknemer dat hij in zijn functie kan terugkeren.

Afschaffing vervangingsplicht

De verplichting tot vervanging van de werknemer die zijn arbeidsovereenkomst schorst of zijn arbeidsprestaties vermindert, werd afgeschaft.

Het tijdskrediet is een recht voor alle werknemers. Enkel in die bedrijven die tien of minder werknemers tewerkstellen, is de instemming van de werkgever nodig.

Federale premies

De onderstaande netto uitkeringen zijn van toepassing vanaf 1 februari 2012 en gelden voor de

 "oude" regeling.

Tijdskrediet

Wie voltijds werkte voor het tijdkrediet en zijn arbeidsovereenkomst volledig schorst, heeft recht op een premie van 423,81 euro netto per maand bij een anciënniteit van minder dan vijf jaar in de onderneming en 565,09 euro netto per maand indien een anciënniteit van minstens vijf jaar in de onderneming.[1]

Wie voltijds tewerkgesteld was vóór het tijdskrediet en zijn arbeidsprestaties vermindert tot een halftijdse betrekking, heeft recht op een premie van 195,35 euro netto (alleenwonende werknemer) per maand bij een anciënniteit van minder dan vijf jaar in de onderneming en 260,47 euro netto (alleenwonende werknemer) per maand bij een anciënniteit van minstens vijf jaar in de onderneming.[2]

Bij een deeltijdse tewerkstelling vóór het tijdskrediet, wordt de premie berekend pro rata de arbeidsduur.

1/5 loopbaanvermindering

Een premie van 130,25 euro netto per maand voor een alleenwonende werknemer en 166,02 euro netto per maand voor een alleenwonende werknemer met één of meerdere kinderen ten laste. [1]

Werknemers van 50 jaar en ouder

Bij een vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5: premie van 130,25 euro netto per maand voor een alleenwonende werknemer en 166,02 euro netto per maand voor een alleenwonende werknemer met één of meerdere kinderen ten laste.

Bij een halvering van de arbeidsprestaties: 195,35 euro netto per maand, voor een alleenwonende werknemer met een anciënniteit van minder dan 5 jaar en 260,47 euro voor een alleenwonende werknemer met een anciënniteit van minstens 5 jaar.[1]

De onderstaande netto uitkeringen zijn van toepassing vanaf 1 december 2012 en gelden voor de 

"nieuwe" regeling.

Voltijds tijdskrediet

  • 432,30 euro/maand (tussen 2 en 5 jaar anciënniteit);
  • 576,40 euro/maand (5 jaar anciënniteit of meer).

Halftijds tijdskrediet

  • 168,36 euro/maand (samenwonend en tussen 2 en 5 jaar anciënniteit);
  • 224,48 euro/maand (samenwonend en 5 jaar anciënniteit of meer).

1/5 tijdskrediet

  • 102,95 euro/maand (samenwonend)

Eindeloopbaan

  • 311,39 euro/maand (1/2 tijdskrediet, samenwonend);
  • 144,64 euro/maand (1/5 tijdskrediet, samenwonend).

Vlaamse aanmoedigingspremies

De Vlaamse Regering werkte een aantal extra premies uit bovenop de onderbrekingsuitkering die de RVA uitbetaald (voorzien door de Federale Regering).[21]

Deze aanmoedigingspremies zijn slechts van toepassing voor zover een sectorale CAO, een bedrijfs-CAO of een toetredingsakte, de maatregel uitdrukkelijk heeft voorzien. De werknemer kan kiezen tussen de volgende aanmoedigingspremies:

  • opleidingskrediet
  • zorgkrediet
  • ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering

De onderstaande aanmoedigingspremies zijn gekoppeld aan het indexcijfer en werden het laatst aangepast op 1 december 2012.

Opleidingskrediet

  • in het kader van het tijdskrediet of de loopbaanvermindering opgenomen voor het volgen van een opleiding
  • voor maximum twee jaar (2,5 jaar voor werknemers met een anciënniteit van minstens 20 jaar)
  • 190,23 euro bruto/maand bij voltijdse arbeidsregeling en volledige onderbreking
  • 126,82 euro bruto/maand bij voltijdse arbeidsregeling en vermindering tot een halftijdse betrekking
  • 126,82 euro bruto/maand bij een deeltijdse arbeidsregeling en vermindering met minimum 50%
  • 63,41 euro bruto/maand bij een deeltijdse arbeidsregeling en een vermindering met minimum 20% en minder dan 50%

Zorgkrediet

  • om zorg te verlenen aan een kind tot 7 jaar[22], een ouder van méér dan 70 jaar, een zwaar gezins- of familielid of een persoon die lijdt aan een ongeneeslijke ziekte en zich in een terminale fase bevindt
  • voor 12 maanden
  • 190,23 euro bruto/maand bij een voltijdse arbeidsregeling en een volledige onderbreking
  • 126,82 euro bruto/maand bij een voltijdse arbeidsregeling en een vermindering tot een halftijdse betrekking
  • 126,82 euro bruto/maand bij een deeltijdse arbeidsregeling en een vermindering met minimum 50%
  • 63,41 euro bruto/maand bij een deeltijdse arbeidsregeling en een vermindering met minimum 20% en minder dan 50%

Bedrijf in moeilijkheden of herstructurering

  • 158,53 euro netto/maand voor werknemers die in het kader van een herstructurering van hun onderneming van een voltijdse arbeidsregeling naar een halftijdse betrekking overstappen, op voorwaarde dat de arbeider gedurende het jaar dat de arbeidsduurvermindering voorafgaat voltijds hebt gewerkt.
  • gedurende maximum twee jaar

Regeling voor werknemers niet gebonden door een CAO

Aan de werknemers van sectoren waarin geen CAO werd afgesloten die de toekenning van aanmoedigingspremies uitdrukkelijk voorziet, kan een dergelijke premie worden toegekend voor het volgen van een opleiding in het kader van tweedekansonderwijs.

Bovendien kunnen zij ook een dergelijke premie krijgen bij ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand of verlof voor het verstrekken van palliatieve zorgen of voor de verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid.


[1] CAO nr. 77bis van 19 december 2001 tot vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77 van 14 februari 2001 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, algemeen verbindend verklaard bij KB 20 september 2002, BS 5 oktober 2002 (CAO nr. 77bis).

[2] CAO nr. 103 van 27 juni 2012 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen, algemeen verbindend verklaard bij KB 25 augustus 2012, BS 30 augustus 2012 (CAO nr. 103).

[3] KB 28 december 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een haltijdse betrekking, BS 30 december 2011.

[4] Art. 22 CAO nr. 103.

[5] Het recht om de arbeid te verminderen voor werknemers van 50 jaar en ouder, zie onderstaande tabel.

[6] KB 28 december 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, BS 30 december 2011 (KB 28 december 2011).

[7] Art. 1, 5° KB 28 december 2011.

[8] Art. 1, 6° KB 28 december 2011.

[9] Art. 3 KB 28 december 2011.

[10] Art. 4 KB 28 december 2011.

[11] Art. 16, § 1 CAO nr. 103.

[12] Art. 16, § 3 CAO nr. 103.

[13] Dit mechanisme wordt vastgelegd door de ondernemingsraad of in onderling overleg tussen de werkgever en de vakbondsafvaardiging. Bij ontstentenis van een dergelijk mechanisme, geldt de volgende regeling: een eerste voorrang voor de werknemers die palliatieve zorgen verstrekken of zwaar zieke familieleden verzorgen, een tweede voorrang voor (éénouder)gezinnen met kinderen jonger dan 12 jaar, een derde voorrang voor de werknemers van 50 jaar en ouder en een vierde voorrang voor de werknemers die een beroepsopleiding volgen.

[14] Art. 12, § 1 CAO nr. 103.

[15] Art. 21, § 3 CAO nr. 103.

[16] Art. 21, § 3 CAO nr. 103.

[17] Art. 4, § 1 KB 12 december 2001 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdkrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, BS 18 december 2001 (KB 12 december 2001).

[18] Art. 5, § 1 KB 12 december 2001.

[19] Art. 4, § 2 KB 12 december 2001.

[20] Art. 6, § 1 en § 2 KB 12 december 2001.

[21] Besl. Vl. Reg. 1 maart 2002 houdende hervorming van het stelsel van de aanmoedigingspremies in de privé-sector, BS 20 maart 2002 (Besl. Vl.Reg 1 maart 2002).

[22] Art. 10 besl. Vl. Reg 1 maart 2002, gewijzigd door art. 4 besl. Vl. Reg. 25 maart 2005 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 houdende hervorming van het stelsel van de aanmoedigingspremies in de privé-sector, BS 3 mei 2005.