Stelsel van Werkloosheid met Bedrijfstoeslag

Het Stelsel van Werkloosheid met Bedrijfstoeslag (SWT) is mogelijk vanaf de leeftijd van 62 jaar. In de sector van het bezoldigd collectief personenvervoer over de weg, is het SWT (het vroegere brugpensioen[1]) mogelijk vanaf de leeftijd van 60 jaar na een lange loopbaan van 40 jaar voor mannen en 31 jaar voor vrouwen (voor vrouwen wordt dit in 2016 32 jaar en in 2017 33 jaar).

Collectieve arbeidsovereenkomst van 20 november 2014

Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag in de ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen van geregeld en ongeregeld vervoer

Hoofdstuk I. - Toespassingsgebied

Artikel 1. §1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers van de ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen van geregeld en ongeregeld vervoer die ressorteren onder het Paritair Comité voor het Vervoer en de Logistiek alsook op hun arbeiders.

§2. Met arbeiders wordt bedoeld de arbeiders en arbeidsters.

§3. Met geregeld vervoer wordt bedoeld het personenvervoer verricht voor rekening van VVM en de SRWT-TEC, ongeacht de capaciteit van et voertuig en ongeacht het soort aandrijving van de gebruikte vervoermiddelen. Dit vervoer wordt verricht volgens de volgende criteria: een welbepaald traject en een welbepaald, geregeld uurrooster. De passagiers worden opgehaald en afgezet aan vooraf vastgelegde halten. Dit vervoer is toegankelijk voor iedereen, zelfs indien, in voorkomend geval, het verplicht is de reis vooraf te reserveren.

§4. Met bijzondere vormen van geregeld vervoer wordt bedoeld het vervoer, ongeacht door wie het wordt georganiseerd, van bepaalde categorieën reizigers met uitsluiting van andere reizigers, voor zover dat vervoer geschiedt op de wijze van het geregeld vervoer en wordt uitgevoerd met voertuigen van meer van 9 plaatsen (de chauffeur inbegrepen).

§5. Met ongeregeld vervoer wordt bedoeld het vervoer dat niet aan de definitie van geregeld, met inbegrip van de bijzondere vormen van geregeld vervoer, beantwoordt en dat met name wordt gekenmerkt door het transport van vooral samengestelde groepen, op initiatief van een opdrachtgever of van de vervoerder zelf. Onder ongeregeld vervoer wordt eveneens verstaan de internationaal geregelde diensten over een afstand.

Hoofdstuk II. - Stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag

Artikel 2. §1. Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt vanaf de leeftijd van 60 jaar verleend aan iedere ontslagen arbeider en arbeidster, behalve om dringende reden, die 40 jaar beroepsloopbaan als werknemer (voor de arbeiders) en 31 jaar beroepsloopbaan als werknemer (voor de arbeidsters) kan rechtvaardigen. Voor de arbeidsters wordt dit 32 jaar in 2016 en 33 jaar in 2017.

§2. De arbeiders en arbeidsters die ontslagen worden om dringende reden kunnen geen aanspraak maken op het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.

Artikel 3. §1. De arbeider of arbeidster zal een aanvullende vergoeding (bedrijfstoeslag) krijgen die gelijk is aan de helft van het verschil tussen zijn/haar netto refertebezoldiging en de werkloosheidsuitkering.

§2. De netto refertebezoldiging is gelijk aan de brutobezoldiging van de laatste 12 gepresteerde maanden, gedeeld door 12 en verminderd met de persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage (13,07%) en de bedrijfsvoorheffing. Het verkregen resultaat wordt op de hogere euro afgerond. Onder brutobezoldiging wordt verstaan het geheel van de bezoldigingen en de contractuele premies die rechtstreeks gebonden zijn aan de door de werknemer verrichte prestaties waarop inhoudingen voor sociale zekerheid worden gedaan en waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt.

§3.Het 'Sociaal Fonds voor de werklieden van de ondernemingen van openbare en speciale autobusdiensten en autocardiensten' neemt de betaling van de aanvullende vergoeding (bedrijfstoeslag), de bijzondere bijdrage voor het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag en de patronale bijdrage voor het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag ten laste op voorwaarde dat de volgende voorwaarden terzelfder tijd worden in acht genomen:

  • de arbeider op arbeidster dient een anciënniteit van minimum 10 jaar in de sector te bewijzen;
  • de arbeider of arbeidster moet de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
  • de ontslagen arbeider of arbeidster moet uitdrukkelijk te kennen geven dat hij/zij van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag gebruik wil maken.

Indien deze voorwaarden niet zijn vervuld, zullen de bedrijfstoeslag en de andere lasten ten laste van de werkgever vallen.

Artikel 4. Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt verleend tot de datum waarop het gewoon rustpensioen ingaat.

Hoofdstuk III. - Bijzondere bepalingen

Artikel 5. §1. Geen enkele werkloze met bedrijfstoeslag mag werken in de in artikel 1. vermelde ondernemingen.

§2. De partijen verbinden zich ertoe om een alternatieve en/of aanvullende regeling uit te werken, teneinde in een structurele oplossing van de rekruteringsproblematiek in de sector te voorzien.

Artikel 6. Vanaf 1 januari 2015 vervangt deze collectieve arbeidsovereenkomst deze van 19 september 2013 betreffende het conventioneel brugpensioen in de ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen van geregeld en ongeregeld vervoer, algemeen verbindend verklaard bij Koninklijk Besluit van 9 oktober 2014, Belgisch Staatsblad van 28 november 2014.

Hoofdstuk IV. - Geldigheid

Artikel 7. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2017.

Toelichting

Algemene definitie

In het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag komen werknemers die de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt en die op dat ogenblik 40 jaar (arbeiders) of 31 jaar (arbeidsters) beroepsloopbaan als loontrekkende kunnen rechtvaardigen[2], in aanmerking voor een aanvullende vergoeding bovenop de werkloosheidsuitkering. Voor arbeidsters wordt de te bewijzen beroepsloopbaan in 2016 verlengd naar 32 en naar 33 jaar in 2017.

Algemene en sectorale voorwaarden

De werkloze met bedrijfstoeslag ontvangt van het Sociaal Fonds een aanvullende vergoeding gelijk aan de helft van het verschil tussen het nettoreferteloon en de werkloosheidsuitkering[3]. De hierna vermelde voorwaarden moeten gerespecteerd worden:

Leeftijd

De betrokkene moet op het einde van zijn opzegtermijn de leeftijd van 60 jaar hebben bereikt.[4]

Anciënniteit

Op het einde van de opzegtermijn moet de werkloze met bedrijfstoeslag minimum 40 jaar (mannen) of 31 jaar (vrouwen) als loontrekkende hebben gewerkt. Dit wordt voor arbeidsters in 2016 verlengd tot 32 jaar en in 2017 tit 33 jaar. Bovendien is een minimumanciënniteit van 10 jaar in de sector vereist, zo niet komt de aanvullende vergoeding volledig ten laste van de werkgever die de werkloosheid met bedrijfstoeslag aanvaardde en niet ten laste van het Sociaal Fonds.

Opzeg

De werknemer moet op zijn verzoek door de werkgever worden ontslagen om in aanmerking te kunnen komen voor dit systeem. De werknemer die om dringende reden werd ontslagen, komt hiervoor niet in aanmerking[5]. Een verkorte opzeggingsperiode is niet toegelaten. De wettelijke opzeggingsperiodes moeten dus worden gerespecteerd.

Een werknemer die zijn rijgeschiktheidsattest niet meer kan behalen en die wenst toe te treden tot het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, dient een opzeg te krijgen ten laste van de werkgever. Hij kan dus niet ontslagen worden wegens overmacht (zonder opzegtermijn of -vergoeding).

Er dient een formulier C4-SWT te worden ingevuld

Bedrag

De werkloze met bedrijfstoeslag ontvangt van het Sociaal Fonds een aanvullende vergoeding gelijk aan de helft van het verschil tussen het nettoreferteloon en de werkloosheidsuitkering. Het nettoreferteloon is het gemiddeld nettoloon van de laatste 12 maanden[6]. Dit is het brutoloon verminderd met sociale zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing. Het brutoloon is begrensd tot 3.939,70 euro/maand[7].

Vervanging

Vanaf 1 januari 2015 is een werkgever verplicht om een werknemer te vervangen zolang de werknemer de leeftijd van 62 jaar niet heeft bereikt op het einde van de arbeidsovereenkomst. Deze reglementering treedt in werking op 1 januari 2015 en is van toepassing op de arbeidsovereenkomsten die effectief een einde nemen na 31 december 2014, voor zover de werknemer de leeftijd van 60 jaar niet uiterlijk op 31 december 2014 heeft bereikt[8].

De werkgever moet het bewijs van de vervanging leveren door formulier C63-SWT in te vullen, dat door de gewestelijke werkloosheidsdienst wordt afgeleverd[9].

De werkloze met bedrijfstoeslag moet worden vervangen hetzij door een volledig uitkeringsgerechtigde werkloze (of gelijkgesteld) wiens arbeidsregime ten minste evenveel uren omvat als dat van de werkloze met bedrijfstoeslag die hij vervangt, hetzij door twee volledig uitkeringsgerechtigde werklozen, die samen minstens evenveel uren werken als de werkloze met bedrijfstoeslag die ze vervangen.

De werkloze met bedrijfstoeslag moet worden vervangen tijdens de periode die loopt van de eerste dag van de vierde maand die voorafgaat aan de maand waarop de werkloosheid met bedrijfstoeslag ingaat tot de eerste dag van de derde maand die volgt op de maand waarop het de werkloosheid met bedrijfstoeslag ingaat.

De werkgever is verplicht de vervanger minimum 36 maanden in dienst te houden. De vervanger kan het bedrijf verlaten of worden ontslagen. De werkgever beschikt dan over 30 kalenderdagen om opnieuw een vervanger te zoeken[10].

Vrijstelling van vervanging:

  • wanneer de werkgever bewijst dat voor de vrijgekomen plaats geen vervanger is gevonden;
  • wanneer de werkgever aantoont dat ingevolge een structurele inkrimping van het huidige personeelsbestand de verplichte vervanging zou leiden tot ontslag van niet- werklozen met bedrijfstoeslag.

Deze vrijstelling moet bij de gewestelijke RVA-directeur worden aangevraagd en wordt slechts toegekend na grondig onderzoek van de aanvraag[11].


Procedure voor de werkgever

  • de werkgever - die akkoord gaat - ontslaat de betrokkene die te kennen heeft gegeven gebruik te willen maken van het systeem;
  • op het formulier C4-SWT, dat aan de werknemer moet worden overhandigd, moet als reden "conventioneel brugpensioen" worden vermeld, alsook de referentie van de sectorale CAO. Daarnaast moet de werkgever uit eigen beweging het document C17 (attest betreffende het bedrag van de aanvullende vergoeding bij SWT) aan de werknemer afgeven;
  • de werkloze met bedrijfstoeslag dient het formulier C4-SWT en het document C17 in bij zijn uitbetalingsinstelling (de vakbond (de secretariaten van BTB, ACV-Openbare Diensten of ACV-Transcom) of de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen). Hij verzoekt om het aanvraagformulier "conventioneel brugpensioen" bij het Sociaal Fonds of bij de vakbond en stuurt dit degelijk ingevuld en ondertekend terug naar het Sociaal Fonds.

Procedure voor de werknemer

  • hij vraagt aan zijn werkgever ontslag om werkloos met bedrijfstoeslag te worden;
  • na zijn ontslag wendt hij zich met het formulier C4-SWT, de formulieren C17, C17 beroepsverleden en C1 tot zijn uitbetalingsinstelling (de vakbond of de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen) die de aanvraag ter goedkeuring overmaakt aan de RVA;
  • hij vraagt aan de uitbetalingsinstelling of aan de RVA hierop het bedrag van zijn werkloosheidsuitkering te vermelden evenals het aantal personen ten laste (fiscaal), en de aanvangsdatum van het recht op werkloosheid met bedrijfsuitkering. Dit document, dat jaarlijks wordt afgeleverd, moet steeds aan het Sociaal Fonds worden overgemaakt.

Betaling

Berekeningsbasis

De aanvullende vergoeding wordt berekend op basis van:

  • de loonfiches met betrekking tot de laatste 12 gewerkte maanden voor zijn pensionering, op basis van de gegevens op het aanvraagformulier, dat door de werkgever wordt ingevuld;
  • het jaarlijks attest, afgeleverd door de uitbetalingsinstelling, de vakbond of door de RVA.
  • Periodiciteit van de betaling

De aanvullende vergoeding wordt maandelijks gestort op de bank- of postrekening van de bruggepensioneerde.

Indexatie

Het bedrag van de aanvullende vergoeding wordt geïndexeerd volgens de indexeringsmodaliteiten bepaald in de CAO nr. 17.

Maximum werkloosheidsuitkeringen

Vanaf 1 juli 1993 bedraagt de werkloosheidsvergoeding telkens 60% van het referteloon.[12]

Einde van de betaling

  • de dag dat de bruggepensioneerde de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;
  • bij intrekking van de werkloosheidsuitkering;
  • bij overlijden van de betrokkene.

Fiscale fiche

In het begin van elk jaar stuurt het Sociaal Fonds een fiscale fiche 281.10 naar de werklozen met bedrijfstoeslag. Aan de hand hiervan kunnen zij hun belastingaangifte invullen.

Verplichtingen van de werkloze met bedrijfstoeslag

De werkloze met bedrijfstoeslag moet steeds het bewijs kunnen leveren van zijn/haar recht op werkloosheidsuitkeringen.

Hij/zij moet het Sociaal Fonds onmiddellijk op de hoogte brengen bij een wijziging van zijn/haar gezinstoestand of van zijn/haar werkloosheidsuitkering (vergezeld van de nodige bewijsstukken).

Tevens moet het Sociaal Fonds ook onmiddellijk verwittigd worden bij:

  • intrekking van de werkloosheidsvergoeding;
  • het overlijden van de werkloze met bedrijfstoeslag;
  • verandering van adres;
  • wijziging van bankrekening;
  • wijziging van gezinssituatie.

Opgelet! Het is verboden voor elke werkgever uit de sector om werklozen met bedrijfstoeslag tewerk te stellen. Dit verbod ligt vervat in de CAO met betrekking tot het brugpensioen en dateert van 1985. Het verbod van tewerkstelling van gepensioneerden werd opgeheven op 1 januari 1999.

In een Koninklijk Besluit tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering (BS 31 december 2014) werden een aantal bijkomende verplichtingen opgelegd:

  • de werkloze met bedrijfstoeslag moet vanaf 1 januari 2015 ingeschreven zijn als werkzoekende bij de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling ongeacht de leeftijd (dit geldt niet voor zij die op datum van 31 december 2014 ten minste 60 jaar zijn en ook reeds in 2014 werkloosheidsuitkeringen hebben ontvangen als werkloze met bedrijfstoeslag);
  • de werkloze met bedrijfstoeslag moet ook beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt ongeacht de leeftijd (hier geldt dezelfde uitzondering als onder het vorige punt);
  • de werkloze met bedrijfstoeslag moet ook in het bezit zijn van een controlekaart tot aan de leeftijd van 60 jaar.

Er moet ook vermeld worden dat werknemers die worden ontslagen na 1 januari 2015 verplicht zijn een outplacementaanbod te aanvaarden en er aan deel te nemen ongeacht de leeftijd van de betrokkene. Dit geldt niet voor werknemers die werden ontslagen voor 1 januari 2015 als de betrokkene de leeftijd van 58 jaar dan wel een loopbaanvereiste van 38 bereikt heeft aan het einde van de opzegtermijn.

Overgangsbepalingen

Strikt genomen moet de werknemer op het einde van de opzegtermijn ook voldoen aan de geldende leeftijds-en loopbaanvereisten. Omdat vanaf 1 januari 2015 hogere leeftijdsgrenzen gelden, zouden een aantal werknemers geen recht meer hebben op het stelsel. Daarom zullen voor werknemers die werden ontslagen tot en met 31 december 2014 de oude voorwaarden blijven gelden. De werknemer zal aan het einde van zijn opzegtermijn wel moeten voldoen aan de voorwaarden tot het bekomen van een werkloosheidsuitkering.

[1] Art. 1 KB 28 december 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader van het generatiepact, met het oog op het verhogen van de werkgelegenheidsgraad van oudere werknemers, BS 30 december 2011.

[2] Art. 2, § 1 CAO 20 november 2014 stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag in de ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen van geregeld en ongeregeld vervoer.

[3] Art. 5 CAO nr. 17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij KB 16 januari 1975, BS 31 januari 1975 (CAO nr. 17).

[4] Art. 3, § 1 eerste lid KB 3 mei 2007 tot regeling van het conventioneel brugpensioen in het kader van het generatiepact, BS 8 juni 2007.

[5] Art. 3, a) CAO nr. 17.

[6] CAO 19 september 2013 stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag in de ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen van geregeld en ongeregeld vervoer.

[7] Bedragen geldig vanaf 1 december 2012, voor SWT ingaand vanaf 1 december 2012. Art. 6 CAO nr. 17; bedrag geïndexeerd in juni 2017.

[8] Artt. 1 en 2 KB 23 april 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, BS 2 oktober 2013.

[9] Art. 8 KB 3 mei 2007.

[10] Art. 5 KB 3 mei 2007.

[11] Art. 9, § 1 KB 3 mei 2007.

[12] Art. 12 KB 3 mei 2007.