Rijtijd

De tabel hieronder stelt de belangrijke bepalingen van de Verordening (EG) nr. 561/2006 voor over de rijtijd[1]:


  • Dagelijkse rijtijd = de totale bij elkaar opgetelde rijtijd tussen het einde van de ene dagelijkse rusttijd en het begin van de volgende dagelijkse rusttijd of tussen een dagelijkse en een wekelijkse rusttijd;
  • Wekelijkse rijtijd = de totale bij elkaar opgetelde rijtijd gedurende een week.
  • Week = de periode tussen 00.00u op maandag en 24.00 uur op zondag.
  • Onderbreking = elke periode waarin de bestuurder niet mag rijden en ook geen andere werkzaamheden mag verrichten en die uitsluitend dient om te rusten. Onder andere werkzaamheden wordt verstaan alle activiteiten die worden gedefinieerd als arbeidstijd in artikel 3, a) van Richtlijn (EG) nr. 2002/15/:
  • laden en lossen;
  • toezicht houden op het in- en uitstappen van passagiers;
  • schoonmaken en technisch onderhoud;
  • alle andere werkzaamheden om de veiligheid van het voertuig, de lading of de passagiers te verzekeren, dan wel om te voldoen aan de wettelijke of bestuursrechtelijke verplichtingen;
  • de wachtperiodes wanneer de verwachte duur daarvan niet vooraf bekend is en dat de chauffeur op de werkplek moet blijven,
  • alle werkzaamheden voor dezelfde of voor een andere werkgever in of buiten de vervoersector.

Na een ononderbroken rijperiode van 4u30 moet een aaneengesloten onderbreking van 45 minuten genomen worden (tenzij een dagelijkse of wekelijkse rusttijd op dat moment wordt genomen).

Na een ononderbroken rijperiode van minder dan 4u 30 mag al een onderbreking in twee periode genomen worden waarin de eerste van 15 minuten en de tweede van 30 minuten (Voorbeeld: rijden 4u30- onderbreking 45'-rijden 4u30 of rijden 2u30-onderbreking 15'-rijden 2u-onderbreking 30' rijden 4u30).

Afwijkingen

De regel van de 12 dagen

Een bestuurder mag de wekelijkse rusttijd voor maximaal 12 opeenvolgende perioden van 24 uur na een eerdere normale wekelijkse rusttijd uitstellen, mits[3]:

  • de bestuurder een eenmalige ongeregelde vervoersdienst bestaande uit het internationale vervoer van passagiers verricht;
  • de dienst ten minste aaneensluitend 24 uur omvat in een andere lidstaat of een ander derde land waarop deze verordening van toepassing is, dan het land waar de vervoerdienst begon;
  • de bestuurder na gebruikmaking van de afwijking:
  • hetzij twee normale wekelijkse rusttijden neemt;
  • hetzij één normale wekelijkse rusttijd en één verkorte wekelijkse rusttijd van ten minste 24 uur. De verkorting moet evenwel worden gecompenseerd door een equivalente ononderbroken periode van rust die voor het einde van de derde week na het einde van de afwijkende periode moet worden genomen;
  • na 1 januari 2014 het betreffende voertuig is uitgerust met controleapparatuur die voldoet aan de eisen die worden genoemd in bijlage I B bij Verordening (EEG) nr. 3821/85;
  • na 1 januari 2014 het betreffende voertuig, indien de rit wordt afgelegd tussen 22.00 en 6.00 uur, dubbel bemand is, of de in artikel 7 bedoelde rijperiode beperkt is tot drie uur.

Andere nieuwe bepaling van de Verordening (EG) nr. 561/2006

Verplichting voor de bestuurder om manueel op een schijf, een afdruk of de digitale tachograaf de andere werkzaamheden, de rijtijd van voertuigen die niet onderworpen zijn aan de verordening en alle perioden van beschikbaarheid voorzien in de Verordening (EG) nr. 3821/85 (wachttijd; tijd doorgebracht naast een bestuurder wanneer het voertuig rijdt; tijd doorgebracht op de slaapbank van een rijdend voertuig) te registreren.

[1] Sedert 20 september 2010 werden de rij-en rusttijden voorzien binnen de AETR gelijkgesteld met de bepalingen van de verord. (EG) nr. 561/2006

[2] Artikel 29 verord. Raad en EP nr. 1073/2009, 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van verord. (EG) nr. 561/2006 + zie opmerking 1 hieronder.

[3] Art. 29 verord. EP en Raad nr. 1073/2009, 21 oktober 2009, tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van verordening (EG) nr. 561/2006, Pb.L. 14 november 2009.