Opleiding Risicogroepen

Ter bevordering van de tewerkstelling van jongeren werden in 1987 twee bijkomende opleidingscentra voor autobus- en autocarchauffeurs opgericht. Ter financiering van deze maatregel werd vanaf 1 juli 1987 een bijdrage geheven op de lonen die in aanmerking komen voor de berekening van de bijdragen betreffende de verzekering tegen de werkloosheid.

Vanaf 1 januari 1993 wordt deze bijdrage aangewend voor de opleiding en de tewerkstelling van personen behorende tot de risicogroepen. Onder risicogroepen wordt verstaan de personen behorend tot één van de volgende categorieën[1]:

  • de laaggeschoolde of onvoldoend geschoolde jongeren;
  • de laaggeschoolde of onvoldoend geschoolde arbeiders uit de sector;
  • de werkzoekenden;
  • de arbeiders uit de sector tewerkgesteld door ondernemingen die van de tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen gebruik maken;
  • de arbeiders uit de sector die minstens 50 jaar oud zijn;
  • de arbeiders uit de sector van wie de beroepskwalificatie niet meer aangepast is of niet meer dreigt aangepast te zijn aan de technologische vooruitgang.

De bijdrage wordt vastgesteld op 0,50% van de brutolonen aangegeven aan de RSZ aan 108%[2].

De opleiding van het Sociaal Fonds in samenwerking met VDAB, FOREM en Bruxelles Formation is bestemd voor ingeschreven werkzoekenden, al dan niet vergoed. Het Sociaal Fonds beschikt over 22 voertuigen die uitgerust zijn met een dubbel besturingssysteem.


[1] Art. 3 CAO 17 februari 2011 betreffende de risicogroepen in de ondernemingen van geregeld, bijzondere vormen van geregeld en ongeregeld vervoer, algemeen verbindend verklaard bij KB 19 juli 2011, BS 9 september 2011 (CAO 17 februari 2011).

[2] Art. 4 CAO 17 februari 2011.