Minimumgrens Arbeidsduur

De duur van elke werkperiode mag niet korter zijn dan drie uren. Deze duur kan gewijzigd worden door een CAO[1].

Minimumvergoeding per aangevatte prestatie

De wettelijke minimumgrens van de duur van de werkperiode werd voor de sector van het bezoldigd collectief personenvervoer over de weg als volgt gewijzigd:

Geregeld vervoer: Per prestatie minimum 1u30' en globaal per dag minimum 3 uur (SRWT) of 4 uur (VVM)

Bijzonder geregeld vervoer: Idem als het geregeld vervoer waarbij echter de amplitude wordt beperkt tot 10u30' bij toepassing van dit afwijkend stelsel

Ongeregeld vervoer[2]: Een gewaarborgde dagbezoldiging tot 6 uur

Minimum wekelijkse arbeidsduur voor deeltijdse werknemers

Deze minimumduur wordt bepaald op 1/3de van de wekelijkse arbeidsduur van de voltijdse werknemers in de sector. Hierop werd geen afwijking bekomen, zodat in onze sector een minimum arbeidsduur voor de deeltijdse werknemers geldt van 13u per week. Deze wekelijkse arbeidsduur moet gemiddeld gerespecteerd worden over de periode van één trimester.

[1] Art. 21 Arbeidswet, vervangen bij art. 189 programmawet 22 december 1989, BS 30 maart 1971.

[2] Art. 8 CAO 4 mei 2009 betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden van het rijdend personeel die ongeregeld vervoer verzekeren, algemeen verbindend verklaard bij KB 18 november 2009, BS 11 februari 2010.