Loonvoorwaarden

Ongeregeld vervoer > Arbeidsvoorwaarden > Loonvoorwaarden

De loonvoorwaarden van chauffeurs in het ongeregeld vervoer wordt geregeld in een cao van 4 mei 2009.[1] Deze werd bij KB van 18 november 2009 algemeen verbindend verklaard.

In de deze cao wordt verstaan onder:

  • Dagelijkse diensttijd: de periode tussen twee dagelijkse rusttijden, tussen een dagelijkse rusttijd en een wekelijkse rusttijd of tussen een wekelijkse rusttijd en een dagelijkse rusttijd, al loopt hij over twee kalenderdagen. Tussen twee amplitudes moet altijd een minimum aan rust genomen te worden[2];
  • Rijtijd: de periode gedurende dewelke de bestuurder het autocarvoertuig bestuurt;
  • Dagelijkse rusttijd:
  • de tijd bepaald in de EG-verordening nr. 561/2006;
  • de tijd nodig om zich om te kleden en op te knappen voor en na het werk;
  • de tijd nodig om de verplaatsing woon-werk te maken. Als de autocar zich niet in de garage van de onderneming bevindt, wordt de tijd die nodig is om zich naar het voertuig te verplaatsen aanzien als diensttijd voor zover deze langer is dan de woon-werk verplaatsing;
  • Arbeidstijd: de tijd bepaald door het koninklijk besluit van 10 augustus 2005, zoals verder besproken.[3]

Controleapparaat

In het ongeregeld vervoer zijn chauffeurs verplicht gebruik te maken van een tachograaf.[4]

Rij- en rusttijd

Bij de uitvoering van de arbeid als chauffeur moet steeds rekening worden gehouden met de, Europese, regelgeving inzake rij- en rusttijden. Deze regelgeving dient steeds in acht te worden genomen bij het bepalen van de arbeidstijd. Zie hierover hoofdstuk I.

De dagelijkse rusttijd mag worden doorgebracht aan boord van aan autocarvoertuig. Dit onder de voorwaarde dat het voertuig over een slaapbank beschikt die voldoet aan de technische eisen[5] en dat het voertuig stilstaat.

Van dit reglement mag enkel worden afgeweken als de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft en om toe te laten een passend haltepunt te bereiken. Dit kan enkel om de veiligheid van de passagiers te waarborgen. De reisplanning moet zo opgemaakt worden dat een dergelijke situatie zich normalerwijze niet kan voordoen.

Bezoldiging van ongeregelde diensten

In het ongeregeld vervoer wordt een forfaitair loon uitbetaald dat in functie staat van de diensttijd die de chauffeur(s) presteerde(n).

Diensten met één chauffeur

Het loon van een chauffeur die alleen een dienst uitvoert wordt op volgende manier bepaald:


De in bovenstaande tabel genoemde bedragen zijn gewaarborgde dagbezoldigingen, d.w.z. dat een chauffeur het aangegeven bedrag zal ontvangen wanneer zijn diensttijd binnen de aangegeven grenzen valt, ongeacht de effectieve diensttijd.

Als een chauffeur minder dan 6 uur dienst presteert in ongeregeld vervoer, mag deze dienst niet worden opgevuld (tot 6 uur) door prestaties in bijzonder geregeld vervoer. Eventuele prestaties in bijzonder geregeld vervoer worden in dat geval betaald bovenop hetgeen betaald voor het ongeregeld vervoer. Als de prestatie in bijzonder geregeld vervoer van langere duur is dan die in ongeregeld vervoer, dan wordt de volledige prestatie betaald volgens het barema van het bijzonder geregeld vervoer.


Diensten met meerdere chauffeurs

Het loon van een chauffeur die samen met meerdere chauffeurs een dienst uitvoert wordt op volgende manier bepaald:

Gemengde bedrijven

In ondernemingen waar naast ongeregelde diensten ook bijzonder geregeld vervoer wordt uitgevoerd, worden chauffeurs vergoed volgens de regels van toepassing op de sector waaraan hij het hoogst aantal arbeidsuren per dag heeft besteed.

Bij een gelegenheidsaffectatie vindt deze regel geen toepassing. Dit wil, met andere woorden, zeggen dat wanneer een chauffeur slechts bij uitzondering wordt ingezet voor een dienst, deze wordt doorbetaald volgens de regels die normaal op hem van toepassing zijn.

Voorbeeld: wanneer een mekanieker wordt ingezet om een ongeregelde dienst te doen, omwille van een zieke collega, zal deze zijn gewoonlijke loon krijgen voor de gepresteerde dienst. Hij zal die dag dus niet het loon krijgen dat toegekend wordt aan een chauffeur, maar zijn mekaniekersloon.


Anciënniteitstoeslag

Chauffeurs die minimum 10 jaar anciënniteit tellen in hetzelfde bedrijf, hebben recht op een anciënniteitstoeslag van 2 EUR per prestatie. Dit bedrag wordt toegekend bovenop de hierboven beschreven dagbezoldigingen. Voor de bepaling van de anciënniteit wordt rekening gehouden met de startdatum van de arbeidsovereenkomst als chauffeur ongeregeld vervoer. Als chauffeurs verschillende arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk ondertekend hebben, wordt rekening gehouden met de startdatum van de eerste overeenkomst als chauffeur ongeregeld vervoer.

Gemeenschappelijke loonbepalingen

Overuren en compensatiedagen

In het ongeregeld vervoer wordt de totale duur van de diensttijd berekend over de periode van een semester. Hierbij gaat men ervan uit dat een voltijds chauffeur 1564,5 uur presteert per semester. Die diensten die buiten deze grens worden gepresteerd worden vergoed als overwerk. Overuren worden betaald aan 13,28 euro/u. De op zon- en feestdagen en op compensatiedagen verrichte overuren worden betaald aan 17,71 euro/u[6].

De compensatiedagen voor arbeid op zondag die niet binnen de zes dagen gerecupereerd worden, worden vergoed door een bedrag van 102,65 EUR. Dit bedrag is forfaitair. Compensatiedagen voor feestdagen worden op dezelfde manier vergoed.

Als een chauffeur gemengde diensten presteert, zullen de uren welke in eenzelfde week worden gewerkt geglobaliseerd om eventuele overuren te berekenen. Dit geldt ongeacht in welke dienst deze werknemer heeft gewerkt. Deze regel geldt ook in geval van gelegenheidsaffectatie (zie 'gemengde bedrijven').

Inactiviteitsdagen buitenland

Een inactiviteitsdag in het buitenland wordt vergoed door een afwezigheidspremie gelijk aan 84,51 EUR. Voor deze inactiviteitsdag moet de ARAB-vergoeding niet betaald worden. Voor een dagelijkse diensttijd tot 6 uur, enkel gepresteerd in het buitenland in het kader van een meerdaagse reis, ontvangt de bestuurder 84,51 EUR. De ARAB-vergoeding wordt dan berekend in functie van de duur van de diensttijd.

Rust in het buitenland

De werkgever moet ervoor zorgen dat de bestuurder die een pendeldienst uitvoert op de plaats van bestemming over een passende slaapaccomodatie beschikt.[7]

Forfaitaire vergoeding rust in het buitenland

Voor autocarchauffeurs die hun verplichte dagelijkse of wekelijkse rust in het buitenland nemen, bestaat de mogelijkheid om een forfaitaire vergoeding toe te kennen per rustperiode gespendeerd in het buitenland.[8] Een wekelijkse rusttijd wordt in dit geval aanzien als twee rustperiodes. Deze vergoeding wordt aanzien als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever of de vennootschap. Het bedrag maakt dus geen deel uit van het loon van de chauffeur en is als dusdanig ook niet belastbaar.

In de circulaire die de materie regelt, worden maximumbedragen vastgesteld. Deze maxima zijn dezelfde als de bedragen van de 'forfaitaire verblijfsvergoedingen' vastgesteld per land voor ambtenaren van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.[9]

Wanneer bepaalde kosten die verband houden met de leef- en werkomstandigheden van de chauffeur zelf, rechtstreeks door de werkgever worden ten laste genomen, dan moet bovenvermeld maximumbedrag met het bedrag van die rechtstreeks ten laste genomen kosten worden verminderd. Hiermee worden o.a. de ARAB-vergoeding, maaltijdcheques, verblijfsvergoeding ... bedoeld.

Op de voorgaande regel wordt een uitzondering gemaakt voor logementskosten die de werkgever rechtstreeks ten laste neemt. Deze kosten moeten niet afgetrokken worden van het maximumbedrag. Een zelfde uitzondering wordt gemaakt voor bewezen logementskosten die terugbetaald worden aan de chauffeur in zoverre dat deze vergoeding het maximumbedrag niet overschrijdt. Als dit wel het geval is, wordt het deel van de vergoeding dat het maximumbedrag overschrijdt aanzien als loon en als dusdanig belast.

Garageactiviteit

Als een chauffeur in een garage werkt, wordt zijn loon als volgt bepaald:


In dat geval is, zoals in bovenstaande tabel aangegeven, geen ARAB-vergoeding verschuldigd.

Verplaatsing naar autocar

Wanneer een chauffeur zijn dienst begint of eindigt buiten de onderneming, ontvangt hij voor iedere verplaatsing van meer dan 6 uur, een bedrag van 84,51 EUR. Als deze verplaatsing minder dan 6 uur inneemt, wordt hem 62,32 EURO toegekend.

Let op: dit geldt enkel voor verplaatsingen gemaakt met een ander vervoermiddel dan de eigen autocar.

Economische werkloosheid, ziekte, arbeidsongeval en educatief verlof

Als een chauffeur ongeregeld vervoer economisch werkloos zou worden, moet een uurloon van 13,4664 EUR aangegeven worden. Ditzelfde uurloon moet worden toegepast in geval van ziekte, arbeidsongeval, educatief verlof en de vergoeding van de tijd van de verplichte permanente bijscholing.[10]

Indexering

De hierboven vernoemde bedragen, behalve de anciënniteitspremie, worden één keer per jaar op 1 oktober geïndexeerd. Deze indexatie wordt als volgt berekend[11]:

Eindejaarspremie

De eindejaarspremie 2016 bedraagt 1.981,16 euro. Het bedrag van de eindejaarspremie wordt verminderd met het voorschot van 74,39 euro (onder voorbehoud van wijzigingen) dat gestort wordt door het Sociaal Fonds op het bankrekeningnummer van de werknemer. Betalingsdatum van het voorschot: 12 december 2016.

Ecocheques

Chauffeurs die op 1 januari 2014 een anciënniteit van minimum 5 jaar hebben in hetzelfde bedrijf hebben jaarlijks recht op ecocheques ter waarde van 125 euro. De uitbetaling van deze ecocheques gebeurt uiterlijk op 30/06 van het betrokken jaar. De anciënniteit wordt op dezelfde wijze bepaald als deze voor de anciënniteitstoeslag. De toekenningsmodaliteiten zijn dezelfde als deze van de eindejaarspremie waarbij de referentieperiode van 12 maanden het voorgaande kalenderjaar is.

Legitimatiepremie

Zie Geregeld, Bijzonder Geregeld en Ongeregeld vervoer.

Afscheidspremie

Zie Geregeld, Bijzonder Geregeld en Ongeregeld vervoer.

Werkkledij - vergoeding

Zie Geregeld, Bijzonder Geregeld en Ongeregeld vervoer.

Terugbetaling beroeps- en administratieve kosten rijbewijs

Zie Geregeld, Bijzonder Geregeld en Ongeregeld vervoer.

Vergoeding bij het definitief verlies van het rijgeschiktheidsattest of overlijden in geval van een ongeval in het privéleven

Zie Geregeld, Bijzonder Geregeld en Ongeregeld vervoer.

Vergoeding van de permanente vorming

Zie Geregeld, Bijzonder Geregeld en Ongeregeld vervoer.

Kort verzuim

Zie Geregeld, Bijzonder Geregeld en Ongeregeld vervoer.


[1] CAO 4 mei 2009 betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden van het rijdend personeel die ongeregeld vervoer verzekeren, BS 15 juni 2009, algemeen verbindend verklaard bij KB 18 november 2009 waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst 4 mei 2009, gesloten in het Paritair Comité voor het vervoer en de logistiek, betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden van het rijdend personeel die ongeregeld vervoer verzekeren, BS 11 februari 2010.

[2] EG-verord. Nr. 561/2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer.

[3] KB 10 augustus 2005 betreffende de arbeidsduur van de mobiele werknemers tewerkgesteld in sommige ondernemingen van collectief personenvervoer over de weg die ongeregeld vervoer en/of internationaal geregeld vervoer uitvoeren, BS 5 september 2005

[4] EG-Verordening nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat bij het wegvervoer, gewijzigd door de EG-Verordening nr. 561/2006

[5] KB 21 mei 1987 tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's en hun aanhangwagens moeten voldoen, BS 27 mei 1987.

[6] Art. 12 CAO 4 mei 2009.

[7] CAO 2 juli 2001 betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden van het rijdend personeel tewerkgesteld in de ondernemingen die ongeregelde diensten, pendeldiensten en/of internationale geregelde diensten uitvoeren.

[8] Circulaire AAFisc Nr. 3/2016 (nr. Ci.RH.241/631.421) dd. 19.01.2016

[9] MB 23 maart 2015 houdende vaststelling van verblijfsvergoedingen toegekend aan afgevaardigden en ambtenaren afhangend van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die zich in officiële opdracht naar het buitenland begeven of zetelen in internationale commissies.

[10] Gewijzigd door CAO 18 maart 2010 tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 mei 2009 betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden van het rijdend personeel dat ongeregeld vervoer verricht, algemeen verbindend verklaard bij KB 10 september 2010, BS 18 oktober 2010 (in werking vanaf 1 januari 2010).

[11] CAO 29 juli 1982, nr. 8140/CO/140.3

[12] Het vroegere brugpensioen.