Loonstelsel

Bedienden > Loonstelsel

De loonbarema's in het APCB nr. 200 waren gebaseerd op de leeftijd van de bediende.

Sedert 1 oktober 2009 werden de loonbarema's vastgelegd op basis van het aantal jaren beroepservaring.[1]

Twee loonschalen zijn van toepassing :

  • loonschaal I: toepasselijkop bedienden die in dienst treden in de onderneming;
  • loonschaal II: toepasselijk op bedienden die sinds één jaar in dezelfde onderneming werkzaam zijn.

De periodes van deeltijdse beroepsprestatie worden met voltijdse prestaties gelijkgesteld voor de bepaling van de periode van beroepservaring.

Bepaalde gevallen van schorsing van de arbeidsovereenkomst worden met effectieve beroepsprestaties gelijkgesteld[2]:

  • periodes van arbeidsongeval of beroepsziekte;
  • periodes van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval, met een maximum van drie jaar;
  • thematische verloven/tijdskrediet, met een maximum van drie jaar;
  • gewoon volledig tijdskrediet, met een maximum van één jaar;
  • werkloosheid tot één jaar, indien de betrokkene minder dan 15 jaar beroepservaring heeft en tot twee jaar, indien hij/zij meer dan 15 jaar beroepservaring heeft;
  • periodes van zwangerschapsverlof en vaderschapsverlof;
  • profylactisch verlof;
  • toepassing van de crisismaatregelen voorzien door de crisiswet.

De nieuwe uurlonen van toepassing sinds 1 januari 2016 bedragen:

Loonschaal I : toepasselijk op de bedienden die in dienst treden in de onderneming 

Loonschaal II: toepasselijk op bedienden die sinds één jaar in dezelfde onderneming werkzaam zijn


[1] CAO 28 september 2009 tot vaststelling van de sectorale minimumschalen op basis van beroepservaring, algemeen verbindend verklaard bij KB 21 februari 2010, BS 12 april 2010 (afgekort tot CAO 28 september 2009).

[2] Art. 3, § 3 CAO 28 september 2009.