Analoge tachograaf

Rij- en Rusttijden > In de EU > De tachograaf > Analoge tachograaf

Toepassingsgebied

De tachograaf moet geïnstalleerd en gebruikt worden in alle voertuigen bestemd voor personen- of goederenvervoer, die onderworpen zijn aan Verordening (EG) nr. 561/2006;

De voertuigen die niet binnen de toepassingssfeer van de Sociale Verordening vallen moeten dus ook niet uitgerust zijn met een tachograaf;

Elke lidstaat kan echter eisen dat voertuigen die niet met een tachograaf moeten uitgerust zijn (bv.: minder dan 3,5 ton MTM), er toch één moeten hebben voor binnenlands vervoer op zijn grondgebied.

Gebruik

De werkgever en de bestuurders moeten toezien op de juiste werking en het juiste gebruik van de tachograaf.

Registratiebladen

Aantal

De werkgever moet de bestuurders voldoende registratiebladen verstrekken, rekening houdend met:

  • het persoonlijk karakter van deze bladen;
  • de duur van de dienst;
  • de eis om eventueel beschadigde of door een met de controle belaste ambtenaar in beslag genomen bladen te vervangen.

De bestuurders mogen geen vuile of beschadigde registratiebladen gebruiken. Met het oog daarop moeten de bladen op de juiste wijze worden beschermd. Indien een blad waarop gegevens zijn geregistreerd, is beschadigd, moeten de bestuurders het beschadigde blad voegen bij het reserveblad dat als vervanging wordt gebruikt.

De bestuurders moeten voor iedere dag dat zij rijden, registratiebladen gebruiken vanaf het tijdstip waarop zij het voertuig overnemen. Het registratieblad mag niet voor het einde van de dagelijkse werktijd uit het apparaat genomen worden, tenzij zulks anderszins is toegestaan.

Vermeldingen

De bestuurders zien erop toe dat de tijdsaanduiding op het blad overeenkomt met de wettelijke tijd van het land waar het voertuig is ingeschreven.

Zij bedienen de schakelorganen met behulp waarvan de volgende te registreren tijden kunnen worden onderscheiden: 

  • onder het "stuurtje"  : de rijtijd;
  • onder de "hamertjes" : alle andere werktijden;
  • onder het "doorstreepte vierkant"   : de tijd dat de bestuurders beschikbaar zijn: (a) de wachttijd, dat wil zeggen de tijd gedurende welke bestuurders slechts op de plaats van het werk behoeven te blijven om gevolg te geven aan eventuele oproepen tot begin of hervatting van de rit of tot andere werkzaamheden, (b) de tijd gedurende de rit doorgebracht naast de bestuurder, (c) de tijd gedurende de rit doorgebracht op de slaapbank;
  • onder het "bedje": de werkonderbrekingen en de dagelijkse rusttijden.

De bestuurder moet op het registratieblad de volgende gegevens aanbrengen:

  • naam en voornaam, bij het begin van het gebruik van het blad;
  • datum en plaats, bij het begin en aan het einde van het gebruik van het blad;
  • nummer van de kentekenplaat van het voertuig voor de eerste rit die op het blad wordt geregistreerd, en vervolgens indien van voertuig wordt gewisseld, tijdens het gebruik van het blad;
  • kilometerstand:
  • voor de eerste rit die op het blad wordt geregistreerd,
  • aan het einde van de laatste rit die op het registratieblad wordt geregistreerd,
  • indien van voertuig wordt gewisseld gedurende de werkdag (kilometerteller van het gebruikte voertuig en kilometerteller van het voertuig dat zal worden gebruikt);
  • in voorkomend geval, het tijdstip waarop van voertuig wordt gewisseld.

De bewaring van de schijven

De bestuurder moet op verzoek van de met de controle belaste ambtenaren de registratiebladen kunnen tonen van de dag zelf en de voorafgaande 28 dagen.

Indien de bestuurder deze registratiebladen niet kan voorleggen, kan een origineel attest van de werkgever deze vervangen. Het attest is het EU-inactiviteitsattest. Dit attest moet integraal getypt zijn en ondertekend worden door de bedrijfsleider.

De werkgever is gehouden, de registratiebladen na gebruik gedurende een tijdvak van ten minste 1 jaar te bewaren. De bladen moeten op verzoek van de met de controle belaste ambtenaren worden overgelegd of overhandigd.

De onderneming moet de bestuurders op hun verzoek een kopie van de registratiebladen overhandigen.

In geval van defect:

Gedurende de tijd dat het apparaat niet of gebrekkig werkt, moeten de bemanningsleden de gegevens betreffende de tijdgroepen, voor zover het apparaat deze niet meer correct registreert, op het (de) registratieblad(en) of op een bij het registratieblad te voegen bijzonder blad aanbrengen.

De werkgever moet het defect laten herstellen door een erkende installateur of een erkende werkplaats, zodra de omstandigheden dit toelaten.

Indien het voertuig pas na meer dan een week na het uitvallen van het apparaat of het constateren van de gebrekkige werking op de vestigingsplaats kan terugkeren, moet de herstelling onderweg worden uitgevoerd.