Aansprakelijkheid van de vervoersondernemer

Rij- en Rusttijden > In de EU > Aansprakelijkheid van de vervoersondernemer

De vervoersondernemingenmoeten de volgende verplichtingen naleven[1]:

  • het is verboden om de bestuurders te betalen, naar gelang van de afgelegde afstand zelfs niet wanneer dit geschiedt in de vorm van premies of loontoeslagen, ingeval dergelijke betalingen van die aard zijn de verkeersveiligheid in gevaar te brengen en/of inbreuken op deze verordening aan te moedigen;
  • het werk van de bestuurders moet georganiseerd worden zodanig dat deze de bepalingen van de rij en rusttijd kunnen naleven;
  • relevante instructies zijn aan de bestuurder gegeven, en regelmatige controles zijn uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de verordening over rij en rusttijd nageleefd wordt.

De vervoersondernemingen zijn aansprakelijk voor inbreuken van de bestuurders van de onderneming, ook wanneer die inbreuken zijn begaan op het grondgebied van een andere lidstaat of van een derde land. Nochtans mogen alle bewijsstukken in overweging nemen die kunnen staven dat de vervoersonderneming redelijkerwijs niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de begane inbreuk.

[1] Art. 10 verord. Raad en EP nr. 561/2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad, Pb.L.99, 11 april 2006.